I did not dump that bunny.

I swear!

Het begon zondagavond. Ik reed met de auto naar mijn looptrack, as a sporty one does, en zag op de parking van de -in de naam van de anonimiteit- Bralmoersen een zwart konijntje zitten. “Vreemd”, dacht ik, “zo een zwart stilzittend konijntje op een betonnen parking. Ik ga dat eens van dichterbij bekijken.”

Toen ik naderde, zag ik het al van ver. Opgezwollen dichtgeplakte ogen en een vervormde kop; het begint met myxo en eindigt met matose. Het is myxomatose. “Sjjjjja, hier kunt ge toch niet echt veel meer aan doen, peis ik. Probeer het te vergeten, ga gaan lopen en we zullen dan wel nog zien.”, suste ik mijn innerlijke kind. Zo gezegd, zo gediggidaan. Ik liep, maar bleef maar denken aan het konijn. Fluffy deformed bunny. In z’n uppie. Het kwam dan ook niet als een verrassing toen ik 2 seconden later paardenbloemblaadjes aan het plukken was om te zien of het knijn zou toehappen.

AND IT DID.

Het knabbelde zo smakelijk en deels bezeten aan die stengels, en de lucht begon zo onheilspellend donker te worden dat ik besloot dat ik het keun niet zomaar kon achterlaten. Blind, hongerig en helemaal alleen in de regen. Dat was toch veel te triestig, zeker? Morgen was het pinkstermaandag, maar ik ging toch eens bellen naar die dierenarts die gelieerd is aan het vogelopvangcentrum van Merelbeke. Zij heeft voor mij al eens gratis een merel uit haar lijden verlost en misschien kon ze deze bunny wel redden of op zijn minst zijn piip op een rustige manier uitdoven.

Die nacht bracht het knijn dus door in een kartonnen doos in mijn boilerroom, op een bedje van stro en paardenbloemblaadjes bij de vleet. En ik maar bleiten bij mijn lief: “Ik wil gewoon, dat als het sterft, dat het niet alleen sterft, maar voelt dat er zorg voor hem of haar gedragen wordt.” Hij moet soms wat verdragen, die huisgenoot van mij, ik geef dat toe. Maar hij heeft toch maar schoon een wortel gedicet, bless him.

Schermafbeelding 2015-05-26 om 21.58.02

Anyhoo, de ochtend kwam en alsof het kerstdag was, ging ik naar de kartonnen doos kijken. Knijntje weg en vreemdsoortige kaka op plaatsen waar kaka niet hoorde. Ik vond het konijn en zag de vlooien krioelen over zijn hoofd. “Dat is eigenlijk toch wel vies, zo een ziek konijn.”, dacht ik. Straks sterft het hier en vinden de vlooien nieuwe gastheren in mijn katten. Dat kan toch ook niet zijn?”

Ik belde naar de dierenarts en kwam terecht bij die van wacht. Hij vroeg om morgen nog eens terug te bellen, maar morgen moet ik werken en mijn lief wil Donnie Darko niet naar de dierenarts brengen. Dus ik telefoneren naar de parkbeheerder van de Bralmoersen. Volgens hun website gaan die diervriendelijk om met residentiële konijnen met myxomatose. Nen harten klowp owp de kowp waarschijnlijk. Hij nam echter niet op, dus kwam ik uiteindelijk tot de conclusie dat mij slechts 1 optie meer restte. Bunny terug uitzetten in een groen stukje van de Bralmoersen waar hij…

A) myxomatose overwon en talloze immune baby’s zou maken.
B) zou gevonden worden door een parkbeheerder en deze wereld dra zou verlaten.
C) nog even zou doorleven alvorens hij aan de ziekte ten onder ging.

Even later zat ik in mijn auto op de parking van de Bralmoersen met een wiebelende kartonnen doos op de passagierszetel. WAAROM IS ER ZOVEEL VOLK IN DE BRALMOERSEN OP EEN PINKSTERMAANDAG!? Hoe kan ik dit in hemelsnaam ongezien afhandelen?

“Doe alsof ge dit hoort te doen. Alsof het supernormaal is dat ge een kartonnen doos in het midden van een stuk bos zet en wandel weg aan een tempo alsof ge niets te verbergen hebt.”

Ik keek dus schichtig om mij heen, stond wat te dralen aan een stukje bos, dropte de doos en stormde aan topsnelheid terug naar mijn auto. Eens binnen checkte ik de plaats delict en zag 2 mensen bukken aan mijn kartonnen doos en vervolgens heel kwaad mijn richting uit kijken.

Ik hoor het hen zo zeggen: “Kunde da nui geloven? Die kwamt daar geweun haar ziek konijn afzet’n, vent! Sommigte mensch’n kenn’ écht geen schaamte!”

I DIDN NOT DUMP THAT BUNNY. IT WAS THERE ALL ALONG! IK HEB HET GEWOON ERGENS GEZET WAAR HET BLINDELINGS NOG WAT ETEN KON VINDEN.

‘t Is ook de laatste keer geweest, ze maat. (maar waarschijnlijk ook niet)

Miracle on simberlylonias street.

Luupe.

 

Ik kan lopen! Lopen! Es un milagro! En ik ben ervoor niet eens naar Lourdes moeten gaan bidden. Ik heb gewoon een drietal weken geleden gedacht: “Tiens. Misschien moet ik eens gaan lopen.”, en een halfuur later was het zover: met een geïmproviseerde outfit, Puma-schoenen van elks 5 kilo aan mijn voeten en Start To Run in mijn oren stond ik op de track van de Bralmeersen. Ben ik niet geweldig? Jahaa.

Het was volledig ondoordacht, maar dat ‘niet peinzen, maar doen!’-principe blijkt warempel te werken.

Zo heb ik vandaag maar liefst 5 minuten aan één stuk kunnen lopen zonder dat er achteraf enige defibrillering aan te pas moest komen. Dat mag u misschien weinig beroeren, maar ik wil toch even schetsen dat ik zelden tot nooit sportief uit het hoekje gekomen ben. Een eindje wandelen met de hond en af en toe een verloren zwembeurt buiten beschouwing gelaten, heb ik nooit de goesting gehad om mijn hartslag de hoogte te laten ingaan. Want sporten is voor losers! En daar zijn al zoveel mensen van doodgevallen dat dat mij zeker ook gaat overkomen! En ik wil niet doodvallen met een legging aan. En dan moet de politie naar mijn ouders bellen met het bericht dat ze mij bezweet op een piste hebben teruggevonden.
– “Geweun duudgevallen, mevrouw.” En mijn moeder maar bleiten, zeker!? Neeneen. Niet met deze meid.

Ik heb dus eerst een cardiologisch testje laten doen en blijkt dat de kans dat mijn hart al sportend rare dingen gaat doen of net helemaal niks meer, redelijk klein is. MOCHT IK NU ALSNOG DOODVALLEN, MAG MIJN FAMILIE BIJ DEZE SERIEUS KLACHT INDIENEN.

Ik heb vandaag 5 minuten aan een stuk gelopen. Voor de eerste keer in mijn leven waarschijnlijk. Hoera.

(Tijdens het lopen moet ik trouwens vaak denken aan Evelien. Ik weet niet goed waarom, want ik heb ze nu niet bepaald persoonlijk gekend, maar leid af uit haar posts dat ze graag genoot van de kleine dingen. Dat ze dat nu niet meer kan doen, breekt mijn hart af en toe, op de meest vreemde momenten. 30 jaar, mensen, ik ben er nog altijd niet goed van. Soit, die kleine momenten plukken, die doe ik graag met een extra effort voor haar. Niet peinzen, maar doen. Ik zal het misschien maar 4 weken meer volhouden, maar al damme hed en, emme hed.)

Een momentje van uitgestelde rouw.

Ik ben een klein beetje in de rouw. Niet voor de turkse tortel die gisteren op mijn koer kwam vallen om er te sterven (it was great!), maar wel omdat Kurt Cobain dood is. Komt dat tegen.

ss-140404-Kurt-Cobain-tease.blocks_desktop_medium

Ik heb iets met een paar decennia achterlopen, blijkt.

Zo’n 8 jaar geleden ging ik namelijk door een gelijkaardige fase, maar dan met The Beatles. Ik draaide die mannen hun platen grijs, ik bekeek interviews op YouTube en las alle boeken, waaronder die dikke Anthology, en toen die uit was, heb ik een paar dagen lopen bleiten omdat ik opeens besefte dat John Lennon en George Harrison hartstikke dood waren en dat die dynamiek tussen The Beatles onderling gewoon niet meer bestond. Ik vond dat destijds zò’n triestig idee. Nu ook nog een beetje, maar ik heb mijn waterducts wel beter onder controle. Alhoewel.

En nu is er dus Kurt.

Iedereen weet ongeveer waar hij/zij was toen ze hoorden dat Kurt was heengegangen, maar ik heb geen idee. De kans is groot dat ik op dat moment naar de gele cassette van Samson & Gert zat te luisteren, of met mijn zus de intro van ‘All That She Wants’ van Ace of Base aan het influiten was op onze recorder. Je kan alleszins veilig stellen dat het ganse grunge-gebeuren indertijd nogal aan mij voorbijgegaan is. Kurt Cobain was die oardige kèrl met die rare videoclip met de cheerleaders. Ik vond dat maar een dwaas gedoe en vooral veel lawijt.

En nu is Kurt 20 jaar dood, hoor ik veel Nirvana, bekijk ik wat interviews en moet ik opeens huilen als ik het einde van All Apologies hoor en erbij stilsta dat hij zich gewoon zodanig slecht gevoeld heeft dat hij vond dat hij beter af dood was. Opeens pakt mij dat immens.

Ik zou hem ook graag in een kartonnen doosje gelegd hebben en ervoor gezorgd hebben tot hij beter was, maar het mocht niet zijn. Hij zat in Seattle, ik was 11; het lot was ons eenvoudigweg niet gunstig gezind, dus hul ik mij nu maar een beetje in een pruilerige bui. Dat moet allemaal kunnen, vind ik.

Pruilen jullie mee?

Ik heb een metselbij, en gij?

Het zijn hoogdagen voor de natuurliefhebber in mij, dat hoef ik u waarschijnlijk niet te vertellen.

Overal waar ik kijk, zie ik wel iets waar ik enthousiast van word en vervolgens moét delen met vrienden, collega’s of familie. In’t begin bekijken ze mij nog met een semi-nieuwsgierige blik, maar als ik zo rond de 36ste keer begin over de mereljongskes in de serre op mijn werk, doen ze zelfs geen moeite meer om hun desinteresse te verstoppen. Sommigen geeuwen.

Ik persoonlijk kan nooit genoeg krijgen van mereljongskes, en al zeker niet als ze in een serre opgroeien, maar kom, zo zit deze gékke meid nu eenmaal in elkaar.

Kìjk dan toch! HAVE YOU NO HEART? En weet ge wel wat voor acrobatische stunten ik heb uitgestoken om dit eens vredige nest te verstoren met mijn smartphone?

Mereljongskes donderdag 03 april.

Hoe ik mij heb moeten optrekken aan een soortement paal om ook vandààg mijn telefoon tot bij hun gretige kopjes te krijgen om zo hun evolutie te kunnen volgen?

Mereljongskes op 07 april.

Soit. Om mijn omgeving ietwat te ontlasten, heb ik dus besloten om hier maar mijn dinges te delen. Ik peis trouwens dat er al eentje dood is. Spijtig, hé?

Maar nu heb ik nog niets verteld over mijn metselbij! Ik heb er dus één! Ik zat zaterdag wat te schrijven op mijn koerke, toen ik opeens opmerkte dat er een soort hommel met een rost derrière constant in en uit een oud boorgat vloog, en af en toe hoorde ik ook een schrapend geluid.

“Dat is komiek!”, dacht ik en ik hield het schouwspel even in de gaten, maar na 10 minuten inquisitief kijken, had ik het zowat gehad en kuiste ik mijn schup af. Ook ik heb mijn limieten.

Zondagavond ging ik voor het donker werd nog eens kijken of de hommelachtige nog in de buurt hing en vent, je gelooft het nooit, maar het boorgat was dichtgemetst. Ik dacht even dat het een grapje van mijn Polish neighbours betrof -haha, you thought you had beehouse, but now you don’t!-, maar na het nodige opzoekingswerk, kwam ik te weten dat ik dus niet met een hommel, maar met een metselbij te maken had.

Een métselbij. Wie vindt dit uit?

Die leeft ten eerste niét in kolonies, maar legt gewoon een paar eitjes (wat mannetjes en vrouwtjes) die zich pas volgend jaar een weg door het dichtgemetste gaatje zullen vreten. En dan ook met elkander zullen paren. (en dan vragen ze zich af waarom de bij aan het uitsterven is)

David Attenborough zou er wellicht geen segment aan wijden, maar hier is alvast een afbeelding van het gaatje dat geen gaatje meer is.

Bijgat.

Vakwerk, toch?

Ik zou nog kunnen vertellen over platte kikkers en overgezette padden en hoe ik volgend jaar zelf een paddenoversteektocht wil organiseren. Of hoe toch één iemand blij is met de veelvuldige plukken kattenhaar die mijn huis dreigen te verschalken.

Mees plukt haar.

Maar ik ga het zo laten voor vandaag. ‘t Is goed geweest. ‘t Is goed geweest.

(Mijn excuses trouwens aan Polen die zich beledigd zouden voelen door het slechte Engels dat ik hen toebedeel. ‘t Is maar dat er echt heel veel haar op dat van mijn buren staat.) (TYPISCH!) (*duikt weg*) (ik lach hier dus mee, hé.) (please you don’t come to kill me tonight?)

King Joffrey leeft en hij bouwt appartementen in Deinze.

Ik woon in Deinze. Ik ga daar geen groot geheim van maken. Ik heb altijd al gewoond in Deinze (of toch een deelgemeente van) en ik ben hier eigenlijk wel graag. De meeste Deinzenaars van mijn leeftijd weken een aantal jaren geleden uit naar Gent, maar sommigen keren terug, dus het moet zijn dat het hier allemaal zo slecht nog niet is. Behalve de karpers in de vijvers van de Brielmeersen. Die zijn verschrikkelijk. Ze zijn zo groot en spartelen zo hard, alsof ze elk moment gaan transformeren in iets groters dat mijn hart uit mijn ribbenkast wil rukken en opeten. Ik overdrijf niet.

Daarnaast loopt het verkeer hier ook niet altijd bepaald vlot, maar wat mij wat wonen in Deinze betreft echt tot in mijn onschuldig kinderzieltje raakt, is de belachelijke boom van appartementsgebouwen. Ik bedoel, oooosjeblief zeg. Van zodra er op de Markt of in de Tolpoortstraat een bordje met ‘te koop’ aan een rolluik wordt gehangen, kan je er prat op gaan dat er binnen de kortste keren een geel A3’tje met daarop de woordencombo ‘sloop’ ‘meergezinswoning’ en 9 kansen op 10 ‘hier bouwt Deinze, onze thuis’ terug te vinden is.

‘Deinze, onze thuis’, zeg. Wat naamkeuze betreft, heb ik zelden een beter voorbeeld van ironie gehoord. Want ‘t is waar, niets maakt Deinze werkelijk méér een stad uit de duizend als een woekerende wildgroei van appartementen en consequente afbraak van authentieke huizen. En gezellig dat dat is. Maar man toch!

Ik kijk intussen al een tijdje met lede ogen (zoek de gemeente) toe hoe statige herenhuizen met de grond worden gelijk gemaakt en toen ik gisteren dit gepresenteerd kreeg:

Schermafbeelding 2014-03-15 om 08.38.04

dacht ik bij mezelf: “Allez, hoe is dat nu toch mogelijk? Hoe is het mogelijk dat het karakter van een stad zo makkelijk moet wijken voor winstbejag?” Er wordt geld gepompt in het pimpen van de Markt, er wordt actief gestreefd naar het creeëren van mooie plekjes, maar tegelijkertijd wordt alle bebouwing en daarmee alle geschiedenis vervangen door betonnen eenheidsworst. The worst kind of sausage!

Ik klink waarschijnlijk als een verschrikkelijke idealist, om maar niet te zeggen een overemotioneel wicht, maar het feit dat ziel en authenticiteit zomaar de duimen moet leggen voor dikke kluiten, doet mij echt pijn.

Ik werd deze ochtend om halfzeven (! – op een zaterdag) wakker met in mij een groeiend gevoel van pissigheid en machteloosheid en ik steek het op mensen die mijns inziens bepaalde waarden te hoog in het vaandel dragen en daardoor de balans iets te veel naar de foute kant doen overhellen. Het is allemaal iets te veel King Joffrey in Game Of Thrones naar mijn goesting.

joffjoffjoffjoff

Just look at that smug face!

Soit, gaat er daar eens iets aan gedaan worden of hoe zit het?

Volgende keer: kindjes in Afrika en hoe komt het toch dat die zo arm zijn en de rest zo rijk!? ALLEZ ZEG!

Wat ik soms mis…

Elke zondagmiddag ga ik eten bij mijn ouders. Sommigen kunnen dat onvolwassen vinden, maar ik vind dat geestig. Mijn broer doet namelijk hetzelfde en ik vind het leuk om nog eens met z’n allen samen te zijn zonder dat we echt hebben afgesproken. Afspreken houdt andere verwachtingen in: er moet gepraat en liefst ook gelachen worden. Als ik zondag geen zin heb om mijn mond open te doen, gaat niemand van mening zijn dat ik toch beter mijn best zou kunnen doen om een optimale sfeer te creeëren. Ik denk dat ik het een beetje zie als een re-enactment van hoe het vroeger was.

Ik kan me trouwens begod niet meer voorstellen hoe wij ooit met z’n vijven (ik heb ook nog een zus) dag in, dag uit hebben samengeleefd zonder malkander met een hoofdkussen te versmachten of op z’n minst de neiging te voelen tot. De afstandsbediening afgeven. De badkamer delen! Nergens een plek waar je écht alleen kan zijn. Ieehr! Nu ik alleen woon, lijkt dat echt 7 levens geleden.

Maar soms mis ik dingen. Ik mis achtergrondgeluiden. Mijn moeder die aardappelen aan het schillen is. Mijn vader die met zijn schraper de duivenkoten aan het kuisen is. The hustle and bustle, zeg maar. Met achtergrondgeluid is alles gezelliger. Ik lees bijvoorbeeld liever in gezelschap dat zich niks van mij aantrekt dan helemaal alleen. I wonder why. Omdat ik het altijd gewoon ben geweest, zeker?

Daarnet verliet ik mijn ouderlijke huis toen er volk arriveerde. Ze kwamen taart eten en er werd gepraat en gelachen. Ik wou niet bepaald actief deelnemen aan het gesprek, maar tegelijkertijd wou ik ook niet écht weg. Eigenlijk wilde ik het liefst blijven zitten en mij in de zetel installeren met een boek. Net als vroeger.

Soms mis ik het wel eens om gewoon een kind te zijn en niets te moeten moeten. Dat de beslissingen voor u genomen worden en ge geen fouten van groot belang kunt maken. Ik zou niet terugwillen. Maar soms voelt eraan terugdenken zo veilig dat ik efkes twijfel.

Koerke weltevree.

Voor zij die het nog niet zouden weten; ik moet het in mijn crib doen met een klein koerke. Zo eentje van 2 meter op vijf, volledig bedekt met deprimerende betontegels. Komende van een huis waar ik uitkeek op de magnifieke fauna en flora van een Leiearm, is dat wel even aanpassen, maar “Niet met mij!”, dacht ik. “Ik zal groen hebben! EN IK ZAL OOK DIEREN HEBBEN OP MIJN KOER!”

Ik weet nog dat ik op een bepaald moment haast uitzinnig werd toen ik een kleine slak zich over mijn tegels zag voortslepen. Tegelijk één van de grootste diepte- én hoogtepunten uit mijn dertigjarig bestaan. Ik heb er toen zelfs een foto van genomen.

Schermafbeelding 2013-12-09 om 12.23.32
Yes, I remember it well.. :'(

Soit. Dit jaar kon je mij dus geen groter plezier doen dan mij laten ronddolen in plekken waar ze klimrekjes, kamperfoelie, paarse regen, stoute jongens, bloembakken en putzgrund verkopen. Waar ik vroeger een high kreeg van kleren kopen, overviel me nu een geval van rust telkens ik een serre binnenwandelde.

“OMG. Bloemen die naar vanille ruiken! Mijn leven is compleet!” (nemesia white shell btw, dee-lish De mijne zijn overigens nòg aan het bloeien.)

Ik dwaalde. Overduidelijk. Want nu pas is de cirkel rond. Nu ik een fantastisch insectenhotel

996989_10152052835826826_1089595308_n

en dito vogelvoederhuis

1488166_10152052837791826_1543729472_n

aan mijn buitenmuren heb hangen. Nu kan ik vredig sterven, wetende dat ik voortaan ook fauna op gepaste wijze kan ontvangen.

(not really though, coz I want to live, know what I’m sayin’, dawg?!)

To pee.

Ik reed daarnet naar huis en ik dacht: “Zou het Engelse ‘to pee’ eigenlijk komen van ‘penis’? En zoja, waarom gebruiken meisjes het werkwoord dan wanneer ze de drang voelen te gaan?”

En toen zocht ik het op en blijkt dat ‘to pee’ gewoon afgeleid is van ‘to piss’, zijnde een woord met beginletter ‘p’.

Ik had er toch gelijk iets meer van verwacht.

Jullie ongetwijfeld ook van deze post, maar het ding is dat als ik wacht met posten tot ik nog eens een lang bericht kan schrijven, er alweer 3 maanden verstreken zijn. En ik heb dus wel voor mijn url betaald, hé gasten!

‘t God dus over skriv’n.

Een aantal weken geleden kreeg ik een stoksje doorgespeeld van Michel. Ik heb Michel eigenlijk nog nooit gezien (denk ik), maar in mijn ogen is hij een soort van omniwizard, ik moet dat eerlijk toegeven. Hij werkt, maakt eten, heeft kinderen én hobby’s, en soms praat hij over dingen waar ik echt geen hol van snap of waar de gemiddelde mens zich na zijn dagtaak niet direct mee zou bezighouden. Ik was dan ook bijzonder gevleid toen bleek dat hij mijn schrijven soms bewondert. BEWONDERT. Haha! That’s crazy.

Soit. Mijns inziens is de tijd intussen rijp geworden om eens iets met die stok te doen. (Het valt me moeilijk om de ‘that’s what she said!’ hier achterwege te laten.)

Hoe ben je er achter gekomen dat je schrijftalent bezit?

Ik denk niet dat ik ooit van mezelf zal zeggen dat ik schrijftalent heb, dus op die vraag is het moeilijk antwoorden. Mààr aangezien het mijn blog is en ik uitgebreid over mezelf en mijn levensbeschouwingen mag praten, ga ik daar eens over nadenken.

OK. Ik ben klaar.

Als ik denk aan schrijftalent, dan denk ik aan auteurs die ganse verhalen kunnen uitspinnen en hun insteek minstens 80 bladzijden lang kunnen volhouden. Ik kan nog van mening veranderen (ik doe dat gemiddeld zo’n 68 keer per dag, dus de kans zit erin), maar ik geloof niet dat het in mij zit om een boek te schrijven. Ik ben iemand van de korte, doch krachtige lancering. Langetermijnzaken die echt doorzettingsvermogen en grondige planning eisen, zijn eigenlijk niks voor mij (dahaag, werkgevers). Ik wil snel resultaat, dus leve de blog!

Ik vind het wél helemaal de max wanneer ik erin slaag een zin met een perfecte kadans te maken. Hier een woord weg, daar een woord bij. Als het ritme helemaal goed zit, kan ik dat verschrikkelijk mooi vinden.

Ik denk trouwens dat ik mijn eerste bewuste compliment op schrijfvlak gekregen heb van meneer De Coninck, onze leraar Nederlands in het 3de of 4de middelbaar. Ik had een opstel neergepend over een avontuur in de buurt van een rivier (ik had waarschijnlijk sjust Deliverance gezien) en ik kreeg daar machtig goeie punten voor. Naar ik vermoed stond zelfs het woord “Prachtig!” op mijn blad geschreven. Dat moet ongeveer de eerste keer geweest zijn dat iemand ouder zei dat ik iets goed kon/talent had. Yes, my life, it is full of sorrow.

Als je schrijversinspiratie een stad zou zijn, welke was het dan? En waarom?

Keine Ahnung. Ik ben geen globetrotter. Ik vind steden op zich eigenlijk ook niet zo interessant. Ik heb het meer voor het verleden en mensen en verhalen.

Zal ik deze vraag anders even vervangen door: “Zit het schrijven in de familie?”

En meteen vermelden dat mijn nicht in het lager ooit eens een heel tof verhaal geschreven heeft, genaamd ‘Kookpannen In Promotie’. Ik was ZO jaloers toen. Mijn moeder zal het ook niet snel toegeven en ze heeft ook nog nooit iets concreets geschreven, maar soms merk ik in haar smsjes dat er iets sluimert. Het kan ook zijn dat mijn pa al jaren een ware poëet is, maar daar heb ik vooralsnog weinig van gemerkt.

Wat heb je nodig om goed te kunnen schrijven?

Een computer. Ik schrijf veel minder vlot op papier, heb ik willen merken. Waarschijnlijk omdat het overzicht dan soms mankeert en ik minder snel kan aanpassen, deleten en copy/pasten. Eigenlijk blijk ik wel nogal ongeduldig te zijn op dat vlak, zeg!

Oh, en solitude. Als iemand op mijn vingers zit te kijken, hebben mijn teksten veel weg van Nigeriaanse spam. En ik kan ook geen muziek of televisie verdragen als ik schrijf. Te gemakkelijk afgeleid.

Ik ga er even vanuit dat je trots bent op je schrijftalent. Waar blijkt dat uit?

Als iemand zegt dat het schrijven in mij zit of een bepaalde zin leuk gevonden is, dan ga ik gigantisch blinken. Dan probeer ik mijn gezicht zoveel mogelijk in de plooi te houden om niet te laten zien hoe magnifiek ik het wel niet vind dat iemand mijn woorden en gedachtegang apprecieert. Maar dat heb ik in principe over alles dat ik “creëer”.

Als je bevestiging zoekt voor je blogs, waar vind je die dan?

In de comments? :)

Favoriete blogs, om dit stokje aan door te geven? 

Het verbaast mij zeer hard, maar ik denk dat lilith het stoksje nog niet gekregen heeft. En i. ook nog niet, peis ik. En daar ga ik het bij houden. Om eerlijk te zijn, hou ik niet echt veel andere blogs in de gaten.

Mensen die mij schone blogs kunnen aanraden, mogen dat altijd doen. Ik léés namelijk ook zeer graag.

Behalve in het woord ‘tevreden’.

Ik heb zo weinig goesting om nog iets productief te doen als het donker is, zeg. Hebben jullie dadook? Ik zou eigenlijk broccolisoep moeten maken, maar zowel mijn lijf als mijn hoofd willen gewoon in de zetel zitten zodat mijn ogen kunnen staren naar iets. A moving dot would be fine. Ik vind dit helemaal bio-onlogisch, yo.

Ja, ik leef dus nog steeds. Sorry voor mijn volledige terugtrekking. Ik heb dat meestal in september; zo een periode dat ik mijn bladerdek laat hangen en eigenlijk liefst in mijn grot zou willen kruipen en slapen. En tegen niemand praten. En schijndood zijn. Maar ik ben er nu een beetje uit. Meer zelfs! Ik heb een aantal uren geleden module 1 van De Projectweek afgewerkt.

Beetje vreemde situatie wel; mijn werksituatie en De Projectweek enzo. In praktijk schrijf ik namelijk voor De Filistijnen (Jaha! Ik heb gehùppeld toen ik het nieuws hoorde.), maar in theorie is dat zo niet. Het feitelijke aannemen zal pas ergens in februari gebeuren, waardoor ik dus nog steeds mijn weg doorploeg in het land van werkzoekenden. Uiteraard solliciteer ik intussen ook nog voor andere jobs, maar het is nu al sinds juli (denk ik) geleden dat ik nog eens uitgenodigd ben voor een gesprek. Ik heb nochtans niet de gewoonte om mij met mijn A2 diploma voor een topfunctie in de astrofysica te gaan aanbieden, maar om de één of andere reden geraak ik maar niet met mijn voet tussen de deur. In fact, mijn voet bevindt zich nog op 10 meter van de deur en reeds in de verte hoor ik al extra sloten dichtschuiven. Zo is het dus. Moeilijk moeilijk moeilijk!

But one keeps trucking. Uiteindelijk is het allemaal niet zò dramatisch. Behalve wanneer ik aan mijn portemonnee denk. HAHA!

Laat ik deze, laten we toegeven, nogal nonsensicale post, besluiten met een mooie quote die de projectleidster deze voormiddag op ons losliet: “Te is nooit goed, behalve in het woord ‘tevreden’.”

Klasse, wi.

Oh, en ook nog dit:

Worst slogan ever.

Worst slogan ever.