Afscheid van een vriend.

Ik weet het niet zo goed meer, maar ik denk dat het 2010 was toen ik in één of ander schoonheidsinstituut zei: “Welja, ‘t is goed. Ik koop deze Helena Rubinstein Color Clone Subli-Mat, want hij maskeert inderdaad de kleine oneffenheden die zich op mijn huid aftekenen.” Granted, een ietwat stroeve conversatie heb ik daar toentertijd gevoerd, maar ik heb geen moment spijt gekregen van mijn allereerste tube fond de teint. De deze dus:

helenakopie

Behalve dan toen ik zo’n 2 jaar later geheel argeloos mijn voorraad wou aanvullen en men in de winkel zei dat mijn kleur teint niet meer gemaakt werd. “Sorry mevrouw, de kleur ‘beige vanilla’ wordt niet meer geproduceerd.”, zei de verkoopster. “WAT!?” Mijn wereld stond stil. In de verte hoorde ik wolven huilen. En toen sprak ze de magische woorden: “Maar ik kan eens checken bij de andere winkels of zij het product nog in voorraad hebben.”

Talloze achterwaartse flic-flacs waren haar deel en drie dagen later werd ik opgebeld met de boodschap dat ze nog 3 tubes ‘beige vanilla’ op de kop had kunnen tikken. De allerleste! Het moeten vruchtbare tijden geweest zijn, want ik aarzelde geen seconde om even later vlotjes 120 euro in haar pollen te duwen en gelijk een zottin met 3 tubes Helena Rubinstein Color Clone Subli-Mat Beige Vanilla door de straten te gaan hollen.

Ik heb er nog dik anderhalf jaar op kunnen teren, maar het moment dat ik sinds 2010 heimelijk vreesde, is intussen aangebroken. I am all out of Helena Rubinstein Color Clone Subli-Mat Beige Vanilla, you guys! En ik heb geen vervanging. En het helpt ook niet dat ik intussen ook 3 jaar ouder ben geworden. Terug zijn de donkere kringen onder mijn ogen en de willekeurig verspreide rode plekjes, en ik kan me niet van de indruk ontdoen dat mijn katten me sinds kort anders bekijken. They have this look, see. Een blik die zegt: “Wie ben jij en wat heb je met onze eens zo vlot uitziende bazinne gedaan?”

Anyhoo. Mocht je mij dus binnenkort op straat zien lopen; ik ben niet ziek. Ik heb gewoon afscheid van een vriend moeten nemen. Het collectieve huilen mag nu aanvangen.

No use in crying over spilled milk

Ik kreeg deze ochtend twee emails binnen die  ongeveer gingen als volgt: “Neen Simberly, je mag niet starten bij de Zoo Van Antwerpen” en “Simberly, ook bij King George hebben we je niet van doen.”

Voor zij die het nog niet zouden weten: ik ben heden werkzoekend. Sinds september 2011 liet ik mijn vrienden van de Plietsie achter me om mijn kans te wagen op de redactie van een productiehuis. I had joy, I had fun, but then it all ended rather abruptly. Geen ramp uiteraard, ik hou best van een beetje afwisseling, maar intussen ben ik wel al *telt op handen* zes maanden thuis gestationeerd en dat begint een beetje te nijpen. Niet alleen financieel, maar ook emotioneel. Op maatschappelijke wijze bedoel ik dan. I want to contribute. I neeeeeeds to contribute.

Gelukkiglijk heb ik nog een paar opties in de pijplijn zitten, dus het wordt nog even afwachten en absolutely braless door de dagen heen laveren.

Anyway, het lijkt misschien niet alsof ik mezelf in de hoogzomer van mijn carrière bevind, maar het universum staat nog steeds aan mijn kant. Dat liet het me deze namiddag weten toen ik de koelkast opentrok.

spilt milk

I think they call this complete awesomeness.

Binnenkort: hoe ik twee weekends geleden met een gehuurde metaaldectector dinges opgegraven heb.