Schaamtelijke openbaringen.

Den Izzer.

Ik weet niet precies wat het is, maar de laatste drie maanden lijk ik het ene ‘maar gauw zeg!’-moment aan het andere te rijgen. OK, dat is misschien een beetje overdreven, maar ik heb de afgelopen maanden minstens 4 keer heel verbaasd gevraagd: “Wiste gij dadde!?” en vervolgens als antwoord gekregen: “Hoe kan iemand dit niét weten?

Een beetje schaamtelijk dus, maar pas op zo’n momenten voel je dat je lééft! Toch?

Een overzicht:

  • Deze voormiddag liep ik in de GB en zag ik bifi-worsten hangen. “Ja, en tons?” Opeens bedacht ik mij dat bifi eigenlijk van beefy komt. Allez vint! Een paar jaar eerder ervoer ik een gelijksoortig moment toen ik ‘Sunkist’ aan ‘Sunkissed’ linkte. Koude rillingen.
  • Mijn lief en ik passeren een Q8. “Ge weet toch vanwaar dat dat komt, Q8?”, vraagt hij. Banink. “Van Kuwait.” Als in de regio waarin er al eens vaker olie gewonnen wordt. Ik lieg niet als ik zeg dat er ergens in mijn bewustzijn een lamp aanging en mijn levenslicht voortaan net iets helderder scheen.
  • Q-music. Q-music is Q-music, dacht ik altijd. Q-music is een zender met veel jingles en lawijtjes. Maar dan opeens: “Q-music. Cue music.” Oh my God, shit is deep!
  • Eveneens werd ik gewezen op het feit dat Isère eigenlijk de Ijzer is, maar dan in het Frans. Ik heb ‘Isère’ al ontelbare keren ingevuld in een kruiswoordraadsel, maar ik heb dat nooit eerder aan de Ijzer gelinkt. Nu wel uiteraard.

Ge moet mij niet komen vertellen dat ik de enige ben die soms voelt alsof ze zopas de deur van de vijfde dimensie heeft ontsloten. Deel hier uw aha-erlebnissen voor een betere wereld!

Over hoe ik een boodschap overbreng.

Ik mocht gisteren terug op sollicitatiegesprek! Het zou trouwens wel eens mijn laatste kunnen geweest zijn, wegens uitzicht op een waanzinnig wijze job, maar ik deel toch graag enkele vragen die de vijfkoppige jury op mij heeft afgevuurd. Kwestie dat jullie weten hoe HARD EN ONWENNIG HET LEVEN VAN EEN WERKLOZE KAN ZIJN! Een bijzonder onevenwichtige situatie trouwens, zo vijf tegen één. In principe zou je evenveel vrienden moeten mogen meenemen, vind ik, als bijkomende versterking bij het tackelen van moeilijke vragen of counteren van lastige opmerkingen. Het is een idee om mee te spelen.

“Simberly Lonia, niet punctueel mevrouw? (stilte) Wat ìs tijd eigenlijk? Bestààt tijd wel?” *vriend 1 staart enigmatisch uit het raam*

Shit would make me look good!

Soit.

Vraag één:

-Jurylid: “Hoe breng jij een boodschap over, Simberly?”

-S: (heeft eigenlijk geen idee waarover ze het heeft. Hoe breng je een boodschap over? Door hem te uiten, zeker? Wat is kunst? Aaargh.) Eurh. Hoe?

-J: Op welke wijze?

-S: (zoekt krampachtig naar een manier om deze vraag in haar voordeel om te buigen) Ik denk zo oprecht en vriendelijk mogelijk.

J: En een slechte boodschap?

S: Op dezelfde manier, zo oprecht en vriendelijk mogelijk? (aarzelt) Welja, ‘t is ook te zien hoe slecht de boodschap is natuurlijk.

J: Hm. Nu spreek je jezelf wel tegen.

S: (is haast even verward als de kijkers van Lost) Welja, als ik iemand moet gaan vertellen dat iemand onder een vrachtwagen is beland..

Wat kan ik zeggen? Vreemde vragen gunnen mij te veel vrijheid in mijn hoofd. Uiteindelijk vroeg ze op welke manier ik iemand zou vertellen dat ik een fout gemaakt heb op het werk. Denk aan de rare momenten die we met z’n allen zouden hebben vermeden, mochten we met die vraag begonnen zijn, denk ik dan.

Vraag twee:

J: “Heb jij ervaring met doelstellingen, Simberly Lonia?”

S: (Heb ik ervaring met doelstellingen? Zit niet elke werkdag vol met doelstellingen?) ..

J: Ja?

S: (denkt na) Tijdens mijn job bij een productiehuis moest ik soms wekelijks 6 scripts schrijven. (Dat was wel een doelstelling, vermoed ik. Is dat wat ze wil horen?)

J: Mh-hm. En hoe begin je aan zoiets?

S: Hoe begin je aan zoiets? Je deadline in de gaten houden en er gewoon aan beginnen, zeker? (zenuwachtig lachje)

J: Je moet de vraag niet aan mij stellen, Simberly.

Voél je de awkwardness? Ben ik erin geslaagd volledig over te brengen met wat voor slecht gevoel ik die ruimte verlaten heb? :)

Toen ik uiteindelijk mijn auto bereikte, werd ik trouwens getrakteerd op een dikke blauwe streep op mijn carrosserie. Een slechtziende met ofwel een lege portemonnee of very bad ethics is met zijn auto tegen de mijne geschuurd en dacht dat ik dat precies niet zo erg zou vinden. Ik vind het ook niet zo erg, maar toch. Gauw. Ik zou het toffer gevonden hebben mocht hij of zij er niét zijn tegen gereden bijvoorbeeld.

Maar goed, na gisteren op professioneel vlak zowat 1000 doden te zijn gestorven, heb ik vandaag dus heel erg goed nieuws gekregen. Edoch uitweiden doe ik pas als alles in kannen in kruiken is. Voor’t zekerste.

Hier is intussen een foto van een spitsmuis die vandaag mijn baan kruiste en na verder onderzoek haar achterpootjes niet meer bleek te gebruiken. Ik heb ze dan maar in het gras gezet. Mijn magische oplossing voor alles. Laten we met z’n allen samen hopen dat ze na het ergste geval van pins and needles ooit, terug 100% mobiel is. Ik zie het namelijk niet zitten die slechte boodschap over te brengen bij haar naasten, weetjewel.

“Mindy may never.. walk again.”

Spits!

Ben ik nu een socialist?

Ik ben nooit heel erg into politics geweest. Ik weet daar bitter weinig van en als ik moet stemmen, ben ik geneigd om automatisch een vakje van de groenen aan te vinken. Omdat ik hou van de natuur en dieren, en dat ik denk dat zij wel van diezelfde strekking zijn. Ik kan het niet helpen, en het is waarschijnlijk een verschrikkelijke schande om zo vrijblijvend met mijn stem om te gaan, maar in mijn wereld zijn er belangrijker dingen. ‘s Ochtends in alle vroegte ninjaslakken spotten bijvoorbeeld. Dat is eerlijk, dat is puur en dat is wijzer dan naar De Zevende Dag kijken of het politieke steekspel te volgen. Just look at it! Ze staat recht! HAHAHA!

Schermafbeelding 2013-09-19 om 12.17.18
Soit.

Een aantal maanden geleden heb ik gesolliciteerd voor een functie bij een universiteit en na een gesprek met een strenge mevrouw van een selectiebureau kreeg ik njetski op het rekesti. Ik was vrij eerlijk in mijn antwoorden, maar op een sympathieke manier dacht ik, en niet op een ‘had ik dat eigenlijk niet beter voor mezelf gehouden?’-manier. Wil ik maar zeggen; ik ben niet opeens beginnen uitweiden over mijn stoelgang toen ze naar mijn negatieve kanten vroeg. Bijvoorbeeld.

Enfin, ik heb zonet wat feedback teruggekregen en er kwamen een paar dingen ter sprake die best gegrond waren. Dat ik meer van het creatieve type ben en dat dat niet meteen rijmt met het solliciteren voor een puur administratieve job. Niet dat ik totaal ongeïnteresseerd uit de hoek kom, maar ook niet KEIHARD! GEMOTIVEERD! lijk om net dié job binnen te halen. Granted, ik wil eigenlijk gewoon graag wat geld verdienen met een job waarvan ik vermoed dat ik er best wat voldoening uit zou kunnen halen, maar ik krijg niet per sé een natte broek van het updaten van een database. Als we dan toch eerlijk zijn.

Maar wat me ietwat tegen de borst stuitte, was het feit dat ze vindt dat ik wel vlot en spontaan overkom, maar dat dat niet altijd werkt bij bepaalde instanties. Dat ze vermoedt dat ik niet kan aanvoelen hoe onderscheid te maken in het communiceren met mensen van verschillende soorten slag. En ik vind dat echt een heel vreemd dinges.

Ik ben eigenlijk sowieso niet die persoon die met iedereen een gezellig klapke gaat doen en in de kortste keren weet hoe de kinders heten and where one goes to vacation. Ik ben degene die de kat uit de boom kijkt, maar dat neigt helaas nogal slecht te werken bij sollicitatiegesprekken.

“Heb JIJ eigenlijk ervaring in microsoft office?”

Maar haar uitspraak gaf mij vooral een beetje een vies gevoel. Dat ge zogezegd normaal moogt praten met een poetsvrouw, maar ge iemand met een titel opeens met ‘U’ moet aanspreken. Ik wil graag iedereen met hetzelfde respect behandelen, maar het zit ook helemaal niet in mij om een karakterloos individu te worden telkens iemand van een ‘hogere klasse’ zich in mijn buurt bevindt. Is dat niet allemaal een beetje achterhaald ook? We zijn toch allemaal gewoon maar mensen? Maken we niet allemaal dezélfde stoelgang?

Ik weet niet goed waar dit allemaal vandaan komt, want ik ben vrij zeker dat ik in mijn kindertijd nooit gebruskeerd ben door een lord of een schepen, maar mijn vader kan ook soms heel hard fulmineren tegen bepaalde reacties van de ‘hogere machten’. Must be genetic. Ofwel heb ik indertijd te veel naar Daens gekeken. ERBARMELIJKE OMSTANDIGHEDEN DAAR! DIE RIJKE SMEERLAPPEN!

Dingen die ik wel en niet wil doen.

Laten we beginnen met het feit dat mijn vrienden van de VDAB mij intussen doorverwezen hebben naar een interimbureau, alwaar ik trajectbegeleiding zal ontvangen en dit omdat ik intussen 6 maanden werkloos ben. Voor iemand er meent aan te twijfelen: ik ben wel degelijk op zoek naar werk en ik ga wel degelijk gaan solliciteren. Ben ik defensief? BEN IK HET?

Ik zal mijn situatie even verder uitdiepen, kwestie van aan te tonen dat ik geen paria ben die LEEEEEFT! OP DE RUUUUG! VAN DE BELASTINGBETALER! (want dat is wel een beetje het gevoel dat na een paar maanden willens nillens de kop opsteekt) Ik zit dus sinds maart zonder werkgever, maar de eerste maanden had ik nog een odd jobje, dus ben ik pas rond eind juni serieus beginnen solliciteren voor iets vast. Menigmaal kreeg ik antwoord dat het verlof werd ingezet en ik dus ergens begin augustus meer zou horen. Ik ben nog steeds voor een paar dingen in de running, maar ik ben ook al een paar keer ferm afgewezen. En geloof het of niet, maar dan durft ge wel eens twijfelen aan uw mojo. Ik was vroeger zo goed in jobs krijgen, zie je.

Enfin, gisteren kreeg ik te horen dat ik voor een bepaalde job wel een geschikte kandidate ben, maar één iemand met net iets meer kwalificaties de job voor mijn neus heeft weggegrist. Ik vervloek die mens niet en ook mijn hart is niet aan het bloeden geslagen (de job leek tof, maar bevond zich niet helemaal in de rayon ‘droomjobs’), maar omwille van gelijksoortige redenen word ik door de overheid als een havik in de gaten gehouden om te zien of ik wel mijn best doe in gans dat jobhuntinggedoe.

Wat ik uiteraard begrijp. Ik krijg tenslotte geld om te solliciteren en daarom vind ik trajectbegeleiding helemaal geen slecht initiatief, maar toen mijn begeleidster me een document onder de neus schoof waarin stond dat ik verplicht ben een projectweek te volgen, begon mijn ego geweldig hard te protesteren. Tijdens een projectweek is het namelijk de bedoeling dat je in groep leert solliciteren. En dat doet inwendig zo’n zeer! I CRINGE! I LAMENT! Ik kan de rolspelen nu al rieken. Ik kan wel begrijpen dat mijn begeleidster best kickt op een mooi afgerond dossier, maar na een anderhalf uur durend gesprek had ik wel gedacht dat ze zou merken dat ik best wel uit mijn woorden kan geraken en ook weet dat ik niet al sjiekend ‘yo gèst’ moet roepen om mijn interviewer te groeten.

“Na afloop van de projectweek waren er wel een paar mensen die zeiden dat ze er nu eens nìks aan gehad hebben, maar dat was sowieso al volk van een moeilijke slag.”

Alsjeblief. Dat is veur ip je taloore.

Dus er is dat. En er is ook de clausule. De clausule waarin staat dat, eens ik werk gevonden heb, de trajectbegeleidster een bezoek op de werkvloer zal brengen om te zien of ik het er wel goed van af breng. Dat vind ik dan weer ronduit neerbuigend. Ik heb het al jaren op mijn eentje gered, dus het lijkt me onwaarschijnlijk dat ik opeens en masse perforators ga beginnen ontvreemden en tijdens de kantooruren wat doobies ga smoren.

Soit. Dit kan allemaal als heel onsamenhangend en pretentieus gewauwel lijken, maar ik wenste gewoon dat iemand ‘ja’ zou zeggen en dit liefst voor 7 oktober, zijnde de start van projectweek.

Oh, en ik wil allerlei andere dingen wél doen, dus ik ben kik zo geen vieze nog niet, ze. Alleen misschien een beetje te trots om op bepaalde vlakken ‘begeleid’ te worden.

No diggity, no dimes (II)

De Indiana Joanna in mij had dit verhaal graag vervolgd met de woorden: “De gevonden munt was echter NIKS vergeleken met de Heilige Graal die ik de dag erna vond op de grond van mijn meetje!” Maar eilaas, zo gigantisch spectaculair was mijn andere vondst niet.

Mijn moeder was wel mee. Ze had in de voormiddag een beetje gedronken (ik mag dat zeggen, want ze leest dat hier toch niet) en was bijgevolg snel te overtuigen om voor mij op de uitkijk te staan terwijl ik aan het graven sloeg. Ik had namelijk geen toelating om het betreffend stuk grond te betreden, laat staan erin te delven. En ja, daarbij heb ik één van de regels van het metaaldetecteren schaamteloos aan mijn laars gelapt. Ik ben er niet bepaald trots op, maar er was niemand in de buurt en ik dacht dat ze mij de toegang gingen weigeren enal. Desperate times call for desperate measures. Dus met mijn moeder op de uitkijk, begon ik aan de exploratie. Veel gepiep, maar enkel bij de hoge tonen stak ik mijn spade in de grond. No time voor dilly-dallying!

Op een bepaalde plaats was het signaal sterk. Maar echt belachelijk sterk. Na een kwartier graven (een lastige opdracht voor iemand die graag SNEL! en VEEL! resultaat wil) vond ik..

WAIT FOR IT!

.. een verroeste spade. Jawel. Mocht Alanis Morrissette mee geweest zijn, ze zou er terstond een liedje over geschreven hebben. Enigszins teleurgesteld haalde ik de spade uit de put en ging nog eens met mijn machine over de put en tot mijn verbazing zat er blijkbaar nòg iets in de grond. Dit meerbepaald:

flaming bomba-“Kijk ma!”

– (weinig enthousiast) “Nen knop.”

– “Met nen pot sanserveria’s op precies!”

In haar ogen las ik de boodschap: “Kunnen we dan nu terug naar huis gaan?” en ook ik zat zo goed als door mijn voorraad adrenaline heen, edus werd terug huiswaarts getrokken. We dachten beiden dat de knoop gewoon een knoop was, maar mijn moeder wou hem toch eens schoonmaken. Just for kicks. En opeens verscheen op de achterkant de inscriptie: “A M & Cie.”

Now this is where the story gets interesting. Eén google-raadpleging later kwam ik te weten dat AM & Cie een Frans bedrijf was dat op volle toeren draaide tijdens de eerste wereldoorlog en haar soldaten voorzag van de nodige insignes. Deze knoop werd gedragen door leden van de Franse infanterie en wat ik zag als een pot sanserveria’s was in feite een vlammende granaat. De term ‘awesome sauce’ dekt naar mijn mening de lading hier slechts halvelings. Of ben ik gewoon een HEEL! ENTHOUSIAST! PERSOON! wat betreft oude dingen uit de grond halen?

Ik kan het niet laten, maar al die geschiedenis, en al die mensen en plaatsen met hun verhalen; iek kieck daaroep. En het feit dat er ooit zulken soldaten en Romeinen rondgelopen hebben op plaatsen waar ik soms flaneer, ik vind dat geweldig. En gij?

No diggity, no dimes.

I’ve been-a-diggin’ again! Voor diegenen die vermoeden dat deze prettig gestoorde meid graag haar vrije tijd vult met het maken van willekeurige putten; you are wrong. I do not roam the street at night with my trusty spade. Nee, ik graaf enkel waar ik vermoed iets te kunnen vinden en waar dat dan wel mag wezen, kom ik te weten dankzij de beste uitvinding van de jaren ’30 (I looked it up) : de metaaldetector.

Enkele jaren geleden heeft mijn familie mij zo’n apparatus gekocht voor mijn verjaardag en toen heb ik onder andere 30 cent in onzen hof gevonden én een insigne van een Amerikaanse soldaat die bij de 335e infanterie vocht tijdens de eerste wereldoorlog. Kikt!

muunt

Ik vind dat gans de max, zo’n dingen. Iets minder de max was het toen bleek dat mijn pa enkele maanden later mijn metaaldetector naar het containerpark gebracht had omdat die “in de verkeerde hoek van de garage stond” en hij daaruit afleidde dat het spel niet meer marcheerde. Het is al intussen al een paar jaar geleden, maar telkens iemand een bepaald voorwerp niet meteen weet te lokaliseren, wordt er nog steeds geöpperd of ze het soms niet “in de verkeerde hoek van de garage” hebben gezet. Het zat diep, ja.

Anyhoo, jaren kwamen en gingen tot ik deze zomer zag dat ze het ouderlijke huis van mijn meetje aan het verbouwen waren. Rumor has it dat iemand in de gebuurte daar ooit eens een kostbare munt gevonden heeft en ik kon simpelweg niet leven met de gedachte dat ik op dat stuk grond misschien ook iets wijs zou kunnen vinden en ik mijn kans daartoe niet grijpen zou. HOW COULD I GO ON LIVING KNOWING!? Daarenboven was mijn zus van plan haar pelouze aan te leggen, dus wat mij betreft was dit HET moment om nog eens in haar achtertuin te gaan wroeten. (Gross.)

Ik speelde even met het idee om te investeren in een nieuwe metaaldetector, maar toen realiseerde ik mij dat ik nog steeds werkloos was en dacht ik: “Ik ga gewoon één huren, godverdomme!” And then I did. And then I dug.

Ik had mij vooreerst een beetje mispakt. Met een lichte GF-kater, lange broek en botten trok ik naar de tuin van mijn zus in de veronderstelling dat het zou blijven gieten zoals het al de ganse ochtend deed. Enter de zon en het gevoel alsof ik al 3 uur in een Limburgse koolmijn aan het graven was. Maar wat hebben we uiteindelijk bovengehaald, Walter? Veel oude blikjes, yoghurtdeksels en een koeroeste pannenkoekendraaier, maar ook!

Coin

Een Belgische munt van 2 cent die wellicht niet ouder is dan 1860! Op dat moment helemaal het afzien en belachelijk veel zweten waard. Maar het leukste moet nog komen. En dat is voor de volgende post, want anders wordt dat hier veel te lang, zeg.