Ik wil later Stevie Nicks worden.

Ik ben veel te goed in Photoshop.Ik herinner me het nog alsof het gisteren was; die keer dat ik naar Fleetwood Mac ben gaan kijken en luisteren in het Sportpaleis. Ik weet ook nog goed dat ik me tijdens de heenrit luidop afvroeg wat mij ooit bezield heeft om meer dan 80 euro neer te tellen voor een groep die ik wel OK vind, maar mijn hart nu ook niet bepaald in vuur en vlam zet. Ik noem dit ‘preconcertueel zaniken’. Vooral eigen aan huismussen die op papier eigenlijk nog steeds werkloos zijn en dus niet bepaald baden in een poel van dollares. (straks meer daarover)

Soit. Eens aangekomen in Antwerpen werden we door mannen met fluo hesjes naar een loods geleid die eruitzag als een voorlopige opslagplaats voor gestolen auto’s die met de boot naar Turkmenistan worden ge√ęxporteerd. Een dikke tien op tien wel voor de parking, want na het optreden bleek onze auto er warempel nog te staan, so no complaints there.

Maar het ging hier dus om Fleetwood Mac, je weet wel, die mannen die allemaal een eind in de zestig zijn en nog steeds zin hebben om op een podium te staan, in plaats van elke avond met een zak chips naar Midsomer Murders kijken. Een goedgevuld Sportpaleis was hun deel en ze trapten hun set af met een paar hits uit Rumours. Eerlijk gezegd kreeg ik er warm noch koud van, maar ik had dat een beetje verwacht. Tijdens een optreden word ik zelden zo geraakt dan wanneer ik helemaal alleen in mijn auto naar muziek luister. In een grote zaal met ik-weet-niet-hoeveel lawijt is de intimiteit ver te zoeken en bovendien¬†ga ik waarschijnlijk ook maar bepaalde muziek opleggen als ik mij in de gepaste mindframe bevind. Wat niet altijd het geval is tijdens een concert. Denk ik. (heb ik nu spontaan het woord ‘mindframe’ gebruikt?)

Wil ik maar zeggen; optredens en ik, dat is maar een matige combinatie.

Behalve bij Fleetwood Mac woensdagavond. Bet you didn’t see that one coming! Ik zeg het u: opeens zette Lindsey Buckingham ‘Never Going Back Again’ in op belachelijk breekbare manier en ik weet niet wat er toen gebeurde, maar ik werd helemaal stil en ik had tranen. Over gans mijn gezicht! Het was gelijk mijn eigen klein Dawson’s Creek-momentje. (Ge kunt dat hier bekijken. In retrospect lijkt het alsof Lindsey licht astmatisch is, maar kijk, het pakt mij nu nog een beetje.)

Ik steek het op het feit dat 4/5 van die mannen op een bepaald punt relationeel aan elkaar gelinkt waren en elkaar nog altijd graag zien, desondanks ze malkander zoveel hartzeer bezorgd hebben. Ge voelt dat precies echt wanneer ze op het podium staan. Dat ganse verleden dat ze met zich meeslepen; ik vind dat echt schoon. Na mijn ‘momentje’ werd ik verder meegesleept, gehypnotiseerd en lichtjes weggeblazen door Lindsey die op zijn 64ste 2 uur en half keihard op zijn gitaar kan staan rammen zonder gealarmeerd naar zijn hart te grijpen.

En Stevie, zeg! Bij momenteen leek ze wel een beetje een crazy catlady in a tophat, maar ik zou kik op respectabele leeftijd ook wel op de Markt van Denize willen rondlopen alsof het Halloween is, en zo kunnen zingen.

Het is jullie intussen wellicht opgevallen dat ik suck in reviews schrijven. Geen nood, ik ga er geen gewoonte van maken. Ik wou gewoon maar zeggen dat ik oprecht van hun passage genoten heb. ‘t Was goed. Veel respect. Merci.

Kleine bedenking:

  • Dat Lindsey Buckingham ondanks zijn permanente duckface en verschrikkelijke voornaam niet keihard doodgepest is tijdens zijn middelbare schooltijd: onvoorstelbaar. Alhoewel, hij zag er indertijd wel smoking hot uit, vint!

LBuckRTB02-1

  • Ghello to you Lindsey, and your afro.

Minpunt van de avond:

  • De slow clapper achter me die na elk nummer applaudisseerde alsof hij het eigenlijk absolute bagger vond en dat op zo’n krachtige manier deed, dat ik geloof dat mijn haar telkens lichtjes naar voor waaide op het ritme van one mississippi – two mississippi.