Een momentje van uitgestelde rouw.

Ik ben een klein beetje in de rouw. Niet voor de turkse tortel die gisteren op mijn koer kwam vallen om er te sterven (it was great!), maar wel omdat Kurt Cobain dood is. Komt dat tegen.

ss-140404-Kurt-Cobain-tease.blocks_desktop_medium

Ik heb iets met een paar decennia achterlopen, blijkt.

Zo’n 8 jaar geleden ging ik namelijk door een gelijkaardige fase, maar dan met The Beatles. Ik draaide die mannen hun platen grijs, ik bekeek interviews op YouTube en las alle boeken, waaronder die dikke Anthology, en toen die uit was, heb ik een paar dagen lopen bleiten omdat ik opeens besefte dat John Lennon en George Harrison hartstikke dood waren en dat die dynamiek tussen The Beatles onderling gewoon niet meer bestond. Ik vond dat destijds zò’n triestig idee. Nu ook nog een beetje, maar ik heb mijn waterducts wel beter onder controle. Alhoewel.

En nu is er dus Kurt.

Iedereen weet ongeveer waar hij/zij was toen ze hoorden dat Kurt was heengegangen, maar ik heb geen idee. De kans is groot dat ik op dat moment naar de gele cassette van Samson & Gert zat te luisteren, of met mijn zus de intro van ‘All That She Wants’ van Ace of Base aan het influiten was op onze recorder. Je kan alleszins veilig stellen dat het ganse grunge-gebeuren indertijd nogal aan mij voorbijgegaan is. Kurt Cobain was die oardige kèrl met die rare videoclip met de cheerleaders. Ik vond dat maar een dwaas gedoe en vooral veel lawijt.

En nu is Kurt 20 jaar dood, hoor ik veel Nirvana, bekijk ik wat interviews en moet ik opeens huilen als ik het einde van All Apologies hoor en erbij stilsta dat hij zich gewoon zodanig slecht gevoeld heeft dat hij vond dat hij beter af dood was. Opeens pakt mij dat immens.

Ik zou hem ook graag in een kartonnen doosje gelegd hebben en ervoor gezorgd hebben tot hij beter was, maar het mocht niet zijn. Hij zat in Seattle, ik was 11; het lot was ons eenvoudigweg niet gunstig gezind, dus hul ik mij nu maar een beetje in een pruilerige bui. Dat moet allemaal kunnen, vind ik.

Pruilen jullie mee?

Ik heb een metselbij, en gij?

Het zijn hoogdagen voor de natuurliefhebber in mij, dat hoef ik u waarschijnlijk niet te vertellen.

Overal waar ik kijk, zie ik wel iets waar ik enthousiast van word en vervolgens moét delen met vrienden, collega’s of familie. In’t begin bekijken ze mij nog met een semi-nieuwsgierige blik, maar als ik zo rond de 36ste keer begin over de mereljongskes in de serre op mijn werk, doen ze zelfs geen moeite meer om hun desinteresse te verstoppen. Sommigen geeuwen.

Ik persoonlijk kan nooit genoeg krijgen van mereljongskes, en al zeker niet als ze in een serre opgroeien, maar kom, zo zit deze gékke meid nu eenmaal in elkaar.

Kìjk dan toch! HAVE YOU NO HEART? En weet ge wel wat voor acrobatische stunten ik heb uitgestoken om dit eens vredige nest te verstoren met mijn smartphone?

Mereljongskes donderdag 03 april.

Hoe ik mij heb moeten optrekken aan een soortement paal om ook vandààg mijn telefoon tot bij hun gretige kopjes te krijgen om zo hun evolutie te kunnen volgen?

Mereljongskes op 07 april.

Soit. Om mijn omgeving ietwat te ontlasten, heb ik dus besloten om hier maar mijn dinges te delen. Ik peis trouwens dat er al eentje dood is. Spijtig, hé?

Maar nu heb ik nog niets verteld over mijn metselbij! Ik heb er dus één! Ik zat zaterdag wat te schrijven op mijn koerke, toen ik opeens opmerkte dat er een soort hommel met een rost derrière constant in en uit een oud boorgat vloog, en af en toe hoorde ik ook een schrapend geluid.

“Dat is komiek!”, dacht ik en ik hield het schouwspel even in de gaten, maar na 10 minuten inquisitief kijken, had ik het zowat gehad en kuiste ik mijn schup af. Ook ik heb mijn limieten.

Zondagavond ging ik voor het donker werd nog eens kijken of de hommelachtige nog in de buurt hing en vent, je gelooft het nooit, maar het boorgat was dichtgemetst. Ik dacht even dat het een grapje van mijn Polish neighbours betrof -haha, you thought you had beehouse, but now you don’t!-, maar na het nodige opzoekingswerk, kwam ik te weten dat ik dus niet met een hommel, maar met een metselbij te maken had.

Een métselbij. Wie vindt dit uit?

Die leeft ten eerste niét in kolonies, maar legt gewoon een paar eitjes (wat mannetjes en vrouwtjes) die zich pas volgend jaar een weg door het dichtgemetste gaatje zullen vreten. En dan ook met elkander zullen paren. (en dan vragen ze zich af waarom de bij aan het uitsterven is)

David Attenborough zou er wellicht geen segment aan wijden, maar hier is alvast een afbeelding van het gaatje dat geen gaatje meer is.

Bijgat.

Vakwerk, toch?

Ik zou nog kunnen vertellen over platte kikkers en overgezette padden en hoe ik volgend jaar zelf een paddenoversteektocht wil organiseren. Of hoe toch één iemand blij is met de veelvuldige plukken kattenhaar die mijn huis dreigen te verschalken.

Mees plukt haar.

Maar ik ga het zo laten voor vandaag. ‘t Is goed geweest. ‘t Is goed geweest.

(Mijn excuses trouwens aan Polen die zich beledigd zouden voelen door het slechte Engels dat ik hen toebedeel. ‘t Is maar dat er echt heel veel haar op dat van mijn buren staat.) (TYPISCH!) (*duikt weg*) (ik lach hier dus mee, hé.) (please you don’t come to kill me tonight?)