I did not dump that bunny.

I swear!

Het begon zondagavond. Ik reed met de auto naar mijn looptrack, as a sporty one does, en zag op de parking van de -in de naam van de anonimiteit- Bralmoersen een zwart konijntje zitten. “Vreemd”, dacht ik, “zo een zwart stilzittend konijntje op een betonnen parking. Ik ga dat eens van dichterbij bekijken.”

Toen ik naderde, zag ik het al van ver. Opgezwollen dichtgeplakte ogen en een vervormde kop; het begint met myxo en eindigt met matose. Het is myxomatose. “Sjjjjja, hier kunt ge toch niet echt veel meer aan doen, peis ik. Probeer het te vergeten, ga gaan lopen en we zullen dan wel nog zien.”, suste ik mijn innerlijke kind. Zo gezegd, zo gediggidaan. Ik liep, maar bleef maar denken aan het konijn. Fluffy deformed bunny. In z’n uppie. Het kwam dan ook niet als een verrassing toen ik 2 seconden later paardenbloemblaadjes aan het plukken was om te zien of het knijn zou toehappen.

AND IT DID.

Het knabbelde zo smakelijk en deels bezeten aan die stengels, en de lucht begon zo onheilspellend donker te worden dat ik besloot dat ik het keun niet zomaar kon achterlaten. Blind, hongerig en helemaal alleen in de regen. Dat was toch veel te triestig, zeker? Morgen was het pinkstermaandag, maar ik ging toch eens bellen naar die dierenarts die gelieerd is aan het vogelopvangcentrum van Merelbeke. Zij heeft voor mij al eens gratis een merel uit haar lijden verlost en misschien kon ze deze bunny wel redden of op zijn minst zijn piip op een rustige manier uitdoven.

Die nacht bracht het knijn dus door in een kartonnen doos in mijn boilerroom, op een bedje van stro en paardenbloemblaadjes bij de vleet. En ik maar bleiten bij mijn lief: “Ik wil gewoon, dat als het sterft, dat het niet alleen sterft, maar voelt dat er zorg voor hem of haar gedragen wordt.” Hij moet soms wat verdragen, die huisgenoot van mij, ik geef dat toe. Maar hij heeft toch maar schoon een wortel gedicet, bless him.

Schermafbeelding 2015-05-26 om 21.58.02

Anyhoo, de ochtend kwam en alsof het kerstdag was, ging ik naar de kartonnen doos kijken. Knijntje weg en vreemdsoortige kaka op plaatsen waar kaka niet hoorde. Ik vond het konijn en zag de vlooien krioelen over zijn hoofd. “Dat is eigenlijk toch wel vies, zo een ziek konijn.”, dacht ik. Straks sterft het hier en vinden de vlooien nieuwe gastheren in mijn katten. Dat kan toch ook niet zijn?”

Ik belde naar de dierenarts en kwam terecht bij die van wacht. Hij vroeg om morgen nog eens terug te bellen, maar morgen moet ik werken en mijn lief wil Donnie Darko niet naar de dierenarts brengen. Dus ik telefoneren naar de parkbeheerder van de Bralmoersen. Volgens hun website gaan die diervriendelijk om met residentiële konijnen met myxomatose. Nen harten klowp owp de kowp waarschijnlijk. Hij nam echter niet op, dus kwam ik uiteindelijk tot de conclusie dat mij slechts 1 optie meer restte. Bunny terug uitzetten in een groen stukje van de Bralmoersen waar hij…

A) myxomatose overwon en talloze immune baby’s zou maken.
B) zou gevonden worden door een parkbeheerder en deze wereld dra zou verlaten.
C) nog even zou doorleven alvorens hij aan de ziekte ten onder ging.

Even later zat ik in mijn auto op de parking van de Bralmoersen met een wiebelende kartonnen doos op de passagierszetel. WAAROM IS ER ZOVEEL VOLK IN DE BRALMOERSEN OP EEN PINKSTERMAANDAG!? Hoe kan ik dit in hemelsnaam ongezien afhandelen?

“Doe alsof ge dit hoort te doen. Alsof het supernormaal is dat ge een kartonnen doos in het midden van een stuk bos zet en wandel weg aan een tempo alsof ge niets te verbergen hebt.”

Ik keek dus schichtig om mij heen, stond wat te dralen aan een stukje bos, dropte de doos en stormde aan topsnelheid terug naar mijn auto. Eens binnen checkte ik de plaats delict en zag 2 mensen bukken aan mijn kartonnen doos en vervolgens heel kwaad mijn richting uit kijken.

Ik hoor het hen zo zeggen: “Kunde da nui geloven? Die kwamt daar geweun haar ziek konijn afzet’n, vent! Sommigte mensch’n kenn’ écht geen schaamte!”

I DIDN NOT DUMP THAT BUNNY. IT WAS THERE ALL ALONG! IK HEB HET GEWOON ERGENS GEZET WAAR HET BLINDELINGS NOG WAT ETEN KON VINDEN.

‘t Is ook de laatste keer geweest, ze maat. (maar waarschijnlijk ook niet)

Miracle on simberlylonias street.

Luupe.

 

Ik kan lopen! Lopen! Es un milagro! En ik ben ervoor niet eens naar Lourdes moeten gaan bidden. Ik heb gewoon een drietal weken geleden gedacht: “Tiens. Misschien moet ik eens gaan lopen.”, en een halfuur later was het zover: met een geïmproviseerde outfit, Puma-schoenen van elks 5 kilo aan mijn voeten en Start To Run in mijn oren stond ik op de track van de Bralmeersen. Ben ik niet geweldig? Jahaa.

Het was volledig ondoordacht, maar dat ‘niet peinzen, maar doen!’-principe blijkt warempel te werken.

Zo heb ik vandaag maar liefst 5 minuten aan één stuk kunnen lopen zonder dat er achteraf enige defibrillering aan te pas moest komen. Dat mag u misschien weinig beroeren, maar ik wil toch even schetsen dat ik zelden tot nooit sportief uit het hoekje gekomen ben. Een eindje wandelen met de hond en af en toe een verloren zwembeurt buiten beschouwing gelaten, heb ik nooit de goesting gehad om mijn hartslag de hoogte te laten ingaan. Want sporten is voor losers! En daar zijn al zoveel mensen van doodgevallen dat dat mij zeker ook gaat overkomen! En ik wil niet doodvallen met een legging aan. En dan moet de politie naar mijn ouders bellen met het bericht dat ze mij bezweet op een piste hebben teruggevonden.
– “Geweun duudgevallen, mevrouw.” En mijn moeder maar bleiten, zeker!? Neeneen. Niet met deze meid.

Ik heb dus eerst een cardiologisch testje laten doen en blijkt dat de kans dat mijn hart al sportend rare dingen gaat doen of net helemaal niks meer, redelijk klein is. MOCHT IK NU ALSNOG DOODVALLEN, MAG MIJN FAMILIE BIJ DEZE SERIEUS KLACHT INDIENEN.

Ik heb vandaag 5 minuten aan een stuk gelopen. Voor de eerste keer in mijn leven waarschijnlijk. Hoera.

(Tijdens het lopen moet ik trouwens vaak denken aan Evelien. Ik weet niet goed waarom, want ik heb ze nu niet bepaald persoonlijk gekend, maar leid af uit haar posts dat ze graag genoot van de kleine dingen. Dat ze dat nu niet meer kan doen, breekt mijn hart af en toe, op de meest vreemde momenten. 30 jaar, mensen, ik ben er nog altijd niet goed van. Soit, die kleine momenten plukken, die doe ik graag met een extra effort voor haar. Niet peinzen, maar doen. Ik zal het misschien maar 4 weken meer volhouden, maar al damme hed en, emme hed.)