De beekkakker

Ergens in in juli vorig jaar streken mijn lief en ik officieel neer in Aadenourde. We dachten, als we dan toch ons eerste huis moeten kopen, laten we het dan in een stad doen waar geen van beiden iemand kent! Ja! Tof! Nu wonen we hier machtig OK, een tuin (voor mij) en niet op den boerenbuiten (voor hem) maar zoals het soms met compromissen gaat, kon ik niet echt stellen dat ik mijn hart hier volledig verloren had.

Tot anderhalve week geleden. Leve de lente en de 200 brommende kikkers in de beek achter onze tuin! Maar.. hoe zit een kikker er nu weer uit? En kent iedereen klimop? Hieronder wat beeldmateriaal ter verduidelijking.

nog een kikker op tak

frog 1

kikker op tak

Dus zo is het gekomen dat ik zo’n 5 keer per dag naar achter trek en een kwartier doodstil gehurkt zit te kijken en te luisteren. En te hopen dat de overbuur niet denkt dat ik daar kom urineren. Of erger nog. “Rap, komt kijken, de beekkakker zit daar weer.”

Niets van dat dus. In al mijn stealthiness heb ik er zelfs al een salamandertje zien rondzwemmen. Machtig.

Vandaag zat ik voor de uitzondering ook eens in de buurt van mijn insectenhotel te hurken tot mijn benen sliepen. Reden: de rosse metselbijen maakten na een jaar solitary confinement hun eerste vlucht. Het is cooler dan het klinkt. Echt.

bee a

Metselbij center

Jaja, best fascinerend om van dichtbij te zien. En het was allemaal goed en wel tot nr. 7 de grootste moeite had om uit zijn hol te geraken en eens eruit, bleek langs geen kanten te kunnen vliegen. En dan opeens wél wat kon vliegen en recht naar een web stuurde alwaar ik haar -denk ik- net gered heb van een spin. Waarna ze 2 seconden later in de afwatering van ons terras eindigde. Ik heb nog efkes getest hoe stevig dat afwateringsraster eigenlijk vastzat, maar het bleek ‘zeer’ te zijn en ook ik ken mijn reddingsgrenzen. ‘t Was gedaan. Voor-bij, voor de liefhebbers.

Moeilijk om te geloven dat het de komende dagen weer zo koud gaat worden.
Dat het maar rap weer gepasseerd is.

De wervelbreuk

Blijkt dat ik een paar maanden geleden de opzegtermijn van simberlylonia.be gemist heb en daardoor de domeinnaam automatisch voor een jaar verlengd heb. Haha! Denk ‘ongeopende brieven naar een oud adres’ en ‘mails van en naar een incassobureau’ en ge weet direct dat het niet voor te lachen was. Nee, gelachen heb ik toen niet, maar geweend nu ook weer niet én ik heb er een reden bij om te schrijven over deze ochtend aan de kassa van Delhaize.

Deze ochtend aan de kassa van Delhaize schoof ik aan, aan de wachtrij, as one does. Het was niet druk, het was niet rustig, er was niets noemenswaardig te noemen. Tot een oude dame vanuit het schijnbare niets met de heer die voor mij stond, een babbelke kwam slaan. Er was geen zichtbare begroeting, dus het leek alsof ze bij hem hoorde, maar opeens begon ze ook haar spullen achter hem op de band te leggen. Een klassiek voorbeeld van stealthy voorsteekpraktijken, maar niet met de deze, dacht ik. Het was vroeg, ik was al met de velo gekomen, het was over een brug, ik had nog niet gegeten en soms laat ik mij veel te hard doen, dus het moment was aangebroken om dat te overcompenseren.

Dus, mevrouw legt haar zaken op de band en ik laat een hoog en verbaasd ‘ah’-tje horen. Zo een waarbij ge uw hoofd een beetje naar achter laat doorbuigen en uw lippen wat op elkaar perst. Wat kan ik zeggen? Het gebeurde voor ik het goed en wel door had.

Ik krijg reactie. Mevrouw zegt: “Ik was eerst hoor. Ik stond naast u, maar ge keek naar de andere kant toen ge kwam aanschuiven.”

Nu moet ge weten -sommigen zullen het ontkennen- dat ik altijd heel hard de situatie in check hou. En ik ga nooit van ze leven voorsteken bij een oude dame aan de kassa van de Delhaize. Dus tarara, denk ik bij mijn eigen en antwoord: “Ik denk dat ìk eerst was, maar meningen kunnen verschillen, hé.”

Yes, they call me the comeback kid.

Intussen zag ik in mijn ooghoeken enkele kopkes naar ons draaien. (ik zal ne keer niet op de hoogte zijn van wat er in mijn omgeving gebeurt, zeker?)

“Ja maar, ik heb niet veel mee, ze.”, zegt ze. (excuses duiden op schuldbesef)

Daar kon ik weinig tegen in brengen. Ze had niet veel mee. Maar ik was aan het vechten voor principes, dus kon ik het niet laten om te zeggen: “Mocht ge gevraagd hebben om voor te gaan, ging ik u gewoon voor gelaten hebben, hoor.” 

“Ja, maar ik kan niet lang staan. Ik heb een wervelbreuk.”

Zomaar the injury-card op tafel smijten, zei ze. Ik zag de kassierster vluchtig naar mij kijken en ik wist dat ik eigenlijk compassie moest hebben en ik had dat ook een beetje, maar ik was al te ver heen. De adrenaline had mij helemaal opgepompt en ik zei: “OK.”

“Neenee”, zei ze. “Ik zeg dat ik een wervelbreuk heb.”
“En ik zei, “OK””.

Ja man, ze had zich rap omgedraaid.

Voelde ik mij slecht toen een andere oude dame haar met een gezicht vol medeleven kwam vragen hoe ze aan die wervelbreuk geraakt was? Misschien. Hield dat me tegen om haar blik niet te schuwen bij de afrekening en misschien een beetje misplaatst triomfantelijk te kijken? Nint, vint! Als ik daarmee 1 mens van stealthy voorsteekpraktijken heb kunnen redden, is het mij allemaal waard geweest om de kalle van de dag te zijn.