De beekkakker

Ergens in in juli vorig jaar streken mijn lief en ik officieel neer in Aadenourde. We dachten, als we dan toch ons eerste huis moeten kopen, laten we het dan in een stad doen waar geen van beiden iemand kent! Ja! Tof! Nu wonen we hier machtig OK, een tuin (voor mij) en niet op den boerenbuiten (voor hem) maar zoals het soms met compromissen gaat, kon ik niet echt stellen dat ik mijn hart hier volledig verloren had.

Tot anderhalve week geleden. Leve de lente en de 200 brommende kikkers in de beek achter onze tuin! Maar.. hoe zit een kikker er nu weer uit? En kent iedereen klimop? Hieronder wat beeldmateriaal ter verduidelijking.

nog een kikker op tak

frog 1

kikker op tak

Dus zo is het gekomen dat ik zo’n 5 keer per dag naar achter trek en een kwartier doodstil gehurkt zit te kijken en te luisteren. En te hopen dat de overbuur niet denkt dat ik daar kom urineren. Of erger nog. “Rap, komt kijken, de beekkakker zit daar weer.”

Niets van dat dus. In al mijn stealthiness heb ik er zelfs al een salamandertje zien rondzwemmen. Machtig.

Vandaag zat ik voor de uitzondering ook eens in de buurt van mijn insectenhotel te hurken tot mijn benen sliepen. Reden: de rosse metselbijen maakten na een jaar solitary confinement hun eerste vlucht. Het is cooler dan het klinkt. Echt.

bee a

Metselbij center

Jaja, best fascinerend om van dichtbij te zien. En het was allemaal goed en wel tot nr. 7 de grootste moeite had om uit zijn hol te geraken en eens eruit, bleek langs geen kanten te kunnen vliegen. En dan opeens wél wat kon vliegen en recht naar een web stuurde alwaar ik haar -denk ik- net gered heb van een spin. Waarna ze 2 seconden later in de afwatering van ons terras eindigde. Ik heb nog efkes getest hoe stevig dat afwateringsraster eigenlijk vastzat, maar het bleek ‘zeer’ te zijn en ook ik ken mijn reddingsgrenzen. ‘t Was gedaan. Voor-bij, voor de liefhebbers.

Moeilijk om te geloven dat het de komende dagen weer zo koud gaat worden.
Dat het maar rap weer gepasseerd is.

De wervelbreuk

Blijkt dat ik een paar maanden geleden de opzegtermijn van simberlylonia.be gemist heb en daardoor de domeinnaam automatisch voor een jaar verlengd heb. Haha! Denk ‘ongeopende brieven naar een oud adres’ en ‘mails van en naar een incassobureau’ en ge weet direct dat het niet voor te lachen was. Nee, gelachen heb ik toen niet, maar geweend nu ook weer niet én ik heb er een reden bij om te schrijven over deze ochtend aan de kassa van Delhaize.

Deze ochtend aan de kassa van Delhaize schoof ik aan, aan de wachtrij, as one does. Het was niet druk, het was niet rustig, er was niets noemenswaardig te noemen. Tot een oude dame vanuit het schijnbare niets met de heer die voor mij stond, een babbelke kwam slaan. Er was geen zichtbare begroeting, dus het leek alsof ze bij hem hoorde, maar opeens begon ze ook haar spullen achter hem op de band te leggen. Een klassiek voorbeeld van stealthy voorsteekpraktijken, maar niet met de deze, dacht ik. Het was vroeg, ik was al met de velo gekomen, het was over een brug, ik had nog niet gegeten en soms laat ik mij veel te hard doen, dus het moment was aangebroken om dat te overcompenseren.

Dus, mevrouw legt haar zaken op de band en ik laat een hoog en verbaasd ‘ah’-tje horen. Zo een waarbij ge uw hoofd een beetje naar achter laat doorbuigen en uw lippen wat op elkaar perst. Wat kan ik zeggen? Het gebeurde voor ik het goed en wel door had.

Ik krijg reactie. Mevrouw zegt: “Ik was eerst hoor. Ik stond naast u, maar ge keek naar de andere kant toen ge kwam aanschuiven.”

Nu moet ge weten -sommigen zullen het ontkennen- dat ik altijd heel hard de situatie in check hou. En ik ga nooit van ze leven voorsteken bij een oude dame aan de kassa van de Delhaize. Dus tarara, denk ik bij mijn eigen en antwoord: “Ik denk dat ìk eerst was, maar meningen kunnen verschillen, hé.”

Yes, they call me the comeback kid.

Intussen zag ik in mijn ooghoeken enkele kopkes naar ons draaien. (ik zal ne keer niet op de hoogte zijn van wat er in mijn omgeving gebeurt, zeker?)

“Ja maar, ik heb niet veel mee, ze.”, zegt ze. (excuses duiden op schuldbesef)

Daar kon ik weinig tegen in brengen. Ze had niet veel mee. Maar ik was aan het vechten voor principes, dus kon ik het niet laten om te zeggen: “Mocht ge gevraagd hebben om voor te gaan, ging ik u gewoon voor gelaten hebben, hoor.” 

“Ja, maar ik kan niet lang staan. Ik heb een wervelbreuk.”

Zomaar the injury-card op tafel smijten, zei ze. Ik zag de kassierster vluchtig naar mij kijken en ik wist dat ik eigenlijk compassie moest hebben en ik had dat ook een beetje, maar ik was al te ver heen. De adrenaline had mij helemaal opgepompt en ik zei: “OK.”

“Neenee”, zei ze. “Ik zeg dat ik een wervelbreuk heb.”
“En ik zei, “OK””.

Ja man, ze had zich rap omgedraaid.

Voelde ik mij slecht toen een andere oude dame haar met een gezicht vol medeleven kwam vragen hoe ze aan die wervelbreuk geraakt was? Misschien. Hield dat me tegen om haar blik niet te schuwen bij de afrekening en misschien een beetje misplaatst triomfantelijk te kijken? Nint, vint! Als ik daarmee 1 mens van stealthy voorsteekpraktijken heb kunnen redden, is het mij allemaal waard geweest om de kalle van de dag te zijn.

Gardenetiquette

20171123_165601Om wat meer privacy in onze tuin te hebben, hebben we beslist om onze bestaande beukenhaag verder door te trekken. Jaja, ik weet het, zo leren we onze buren niet beter kennen en gaan we waarschijnlijk nooit elkaars eiers of partners lenen, maar ik heb mij erbij neergelegd. Weinig zaken ongemakkelijker dan uw buren voor de 2e keer in 5 minuten in de tuin tegenkomen en uzelf afvragen of ge nu weer goeiendag moet knikken. Gardenetiquette-anxiety, it’s a thing.

De suckende smalltalker in mij wil in haar pyjama rond haar struiken kunnen rondschuifelen zonder te moeten graven naar een sympathiek antwoord wanneer de buur roept dat het koud is in de winter. “Beter koud in de winter dan koud in de zomer, hahahaha!”

Een beukenhaag dus! Om een beukenhaag te planten moet ge een geul graven van 2 spades breed en 1 spade diep. De man des huizes heeft de 2 spades geregeld, en ik sta dus geboekt voor 1 spade diep. Na 2 dagen graven zit ik intussen nog maar aan de helft want mein Gott, wat hebben ze daar allemaal in de grond gestoken indertijd!

Tonnen stenen tegels , glazen flessen, stukken porselein en ik peis dat ik ook al de helft van hun Duitse scheper heb opgegraven.
20171123_165621

20171123_165632Het monster van Loch Ness?
20171123_165702J/K, het is de tuit van een kannetje.20171123_165647Na een tijdje begint ge er wel uw plezier in te scheppen en probeert ge als een echte profiler te profilen.

Zo vond ik ook dit flesje:

20171123_165824

Degene die alles begraven heeft, blijkt dus ooit eens siroop te hebben gedronken.
Man, man, wat ga ik nog allemaal meemaken!

De geul graven en het gras omspitten heeft ook zijn voordelen, naast het uiteindelijk kunnen plaatsen van een haag. Van de losse delen gras heb ik voor de cavia’s een soort grot gebouwd. Mocht ik een cavia zijn, ik zou geen 2 keer moeten peinzen. Al was het maar voor de privacy. Bam, ronde cirkel.

20171123_170049

Verkeersboetes.

Toen ik deze avond met de auto naar huis reed en dacht aan de verkeersboete die me binnen enkele dagen 119 euro* armer zal maken, dacht ik ook: zou het niet cool zijn, mocht elke burger maandelijks een overzicht krijgen van alle flitspalen en flitsvoertuigen die hij of zij niét getriggerd heeft bij het passeren? En dan een totaalbedrag van alle minimum boetes dat ge daarmee ontweken hebt in een schoon excelleke.

Ik zou dat wijs vinden.
En wat is 119 euro dan als ge die kunt plaatsen in the grande scheme of things?
Ik heb alleen maar goeie ideeën, peis ik.

*119 euro trouwens omdat ik 71 gereden heb in een gebied waar ge naar’t schijnt maar 50 moogt rijden terwijl het niet in de bebouwde kom ligt en waar ik overigens ook nog nooit een bord met 50 op heb zien staan, maar soit, ik heb nu ook geen zin om dat voor een rechtbank te verklaren, per se.

Want we zijn allemaal de conducteur van ons eigen leven. Verstoaj’t?

Ik ga het gewoon zeggen:

Treinreizen maakt mij goedgezind.

Allez, vandaag toch. Ik vermoed voordien ook, maar het is me eerder niet zo opgevallen, omdat ik doorgaans best een contente mens ben. De afgelopen weken was het iets minder. Tijd voor een situatieschets -ets -ets -ets:

Ik was heel efkes overgestapt naar The Dark Side. Boosheid en haat welden in mij op omdat de wereld mij een useless small fry deed voelen met zeer weinig inspraak en mij liet geloven dat het gewoon allemaal enorm slecht gaat. Met alles en iedereen. Breek me de bek niet open over de Vlaamse regering en evenmin over het gevoerde beleid op mijn huidige werkstation, zijnde de HoGent. Ik ben ontslagen wegens besparingen en ik ben niet de enige. Capabele en toegewijde mensen worden de laan uitgestuurd en ik begrijp besparingen en ben voor vooruitgang en efficiëntie, maar de menselijkheid is ver te zoeken. Soit. Mijn optimisme begon eruit te zien als een ijspiste op 17 december: zwaar vertrappeld en half gesmolten. (TOPICAAAAL!)

Tot vandaag dus, toen ik voor het eerst in een week of 3 nog eens de trein nam. De trein is de max! Ik kom stukken blijer toe op mijn werk en thuis. De redenen som ik hieronder op:

– Ik stond niet in de file.
In Gent is het elke ochtend file en daar word ik niet blij van. Aanschuiven met zicht op beton en ijzer. Neeje, dat is’t niet.

– Ik werd niet bedwelmd door uitlaatgassen.
Uitlaatgassen ruiken, geeft mij de indruk dat ik KANKER! aan het inademen ben. KANKER! KANKER! Ik probeer dan zowat subtiel mijn sjaal voor mijn neus en mond te houden, hopend dat ik daardoor misschien 2 maanden langer zal leven, but who am I fooling, right? De geur van mijn wasverzachter gaat geen mensenlevens redden.

– Ik zag geen filegezichten. (woord van het jaar, anyone?)

De gezichten van de mensen rondom u als ge in de file staat. MY WORD! Levensmoeheid, verveling, agitatie. Geen expressies waarvan ik spontaan een rondje ‘Supercalifragilistiexpialidocius’ pleeg in te zetten. Als mensen beginnen te claxonneren, verlies ik al helemaal mijn vertrouwen in de mensheid. In een ijzeren bak stappen, geeft alleman precies de indruk dat er niets mis is met onbeschoft en asociaal gedrag. Op dat moment ben ik ervan overtuigd dat iedereen iedereen haat en denk ik met weemoed terug aan de goedheid van Moeder Theresa.

En dan is er dus de trein.

animationrainbow
Deze ochtend zette ik me naast een vader die zijn stilletjes brabbelende zoon op de schoot had. Ter info: het kind was anderhalf ofzo, so nothing out of the ordinary there. Ik weet niet hoe het komt, maar kinderen hebben tegenwoordig dezelfde uitwerking op mij als puppy’s en kittens, dus ik kon! gewoon! niet! anders! dan! oogcontact! maken! en HEEL BREED LACHEN, waarop het kind verschrikt wegkeek, maar 2 seconden later het liedje van FC De Kampioenen inzette. Onbekenden lachten opeens naar elkaar en het geloof dat mensen eeeeeeeigenlijk feitelijk misschien wel OK zijn, begon stilaan terug te ontdooien. Ik heb niet veel nodig, ik.

Ik had ook de tijd om in mijn boek te lezen. Anna Karenina, een dikke stationsroman waarin een hevige verliefdheid momenteel hoogtij scheert. Ik voel mij daar op slag ook verliefd door. Stukken beter dan uw dag inzetten met nieuws over nieuwe en oude miserie.

Daarenboven was het druk op de trein en de conducteur moedigde mij zomaar even aan om toch maar in de 1ste klasse te gaan zitten. En toen stapte ik af en gooide een onbekende vent op een non-seksuele, non-hipthrusting manier een kushandje naar mij en passant. Waarschijnlijk een beetje coocoo in the coconut, maar DAT HEBT GE DUS ALLEMAAL NIET ALS GE IN DE FILE STAAT, ZULLE.

Al dat individualisme en elk zijn voiture, dat is toch ook voor niks goed. Stelt u een beetje open en kijk rondom u. Het is allemaal zo slecht nog niet, in die radius van 5 vierkante meter. Toch?

Kimberbos is boos.

Ik had vandaag een leuke dag. Er diende te worden vergaderd en er was dus tijd noch gelegenheid om eens te checken hoe het nog zat met de wereld vandaag. Ik was goedgemutst, ontspannen en best tevree eigenlijk. En toen kwam ik thuis en keek ik naar het nieuws en las ik een stukje krant. Het contract met Electrabel, de Belgische wapenhandel, het fucking kli-maat-ak-koord, aaaaargh. Mijn hart schakelde binnen de minuut een versnelling hoger en in mij voelde ik een gigantische blob ergernis groeien. En nijdigheid. Want wat de politieke wereld dezer dagen aan het beslissen is en hoe schaamte- en visieloos die beslissingen worden genomen, slaat mij helemaal murw.

De huidige regering (en die van andere landen) is er zo stilaan in aan het slagen om die vrij optimistische tot naïeve vrouw die ik zo graag ben, zoetjes aan de poer af te pakken. Ik heb steeds geloofd dat de meerderheid van de mensen het goed voorheeft met elkaar en dat “alles dus uiteindelijk wel eens min of meer in orde zal komen”. Dat gerechtigheid zal geschieden en politieke machtspelletjes en geld ooit wel eens ondergeschikt zullen geraken aan gezond verstand, algemeen welzijn en een deftig leefmilieu.

Maar hoe kan dat nog? Hoe kan ik nog optimistisch en hoopvol zijn als ons minuscule land zich zo laat verdelen over iets logisch als een deftig klimaatbeleid? Hoe kunt ge het belang van zoiets zo bagatelliseren of ondergeschikt maken aan politieke spelletjes? Hoe moet ik vertrouwen hebben wanneer ministers de wet naast zich kunnen neerleggen om miljoenendeals te sluiten of zich er volledig ok bij voelen om staalhard te staan liegen over belangrijke zaken die ons allemaal aanbelangen en waarvan we ook het fijne willen weten?

Ik heb het eigenlijk aan het huidige beleid te danken dat ik politiek alsmaar meer een vies beest vind, dat ik denk dat elke politicus een vijfdubbele agenda in zijn rugzak rondsjouwt en dat het oprechte welzijn van de burger en democratie niks meer betekent voor hen. En dat wetten, verslagen en adviezen met de voeten kunnen getreden worden, zonder dat daar consequenties aan vasthangen. Of straffen of berispingen.

Ja, er wordt wel even gemord, het nieuws wijdt een paar dagen wat blokken aan een geval van incompetentie, onbestaande visie op lange termijn (mijn Gòd, Joke Schauvliege) of de resultaten van smerige lobbying, maar na een paar dagen verzwakt de aandacht en lijkt men gewoon weg te geraken met ongelooflijk scheve situaties. Althans, dat is het gevoel waarmee ik nu rondloop en waar ik ongelooflijk gefrustreerd van word en vooral, waar ik vanàf wil. Het doet mij zagen tegen mijn lief, tegen mijn familie en tegen mijn maten terwijl ik eigenlijk wel betere dingen te doen heb. Ik weet gewoon niet meer waar ik naartoe moet met al die ontevredenheid. Wat moet ik ermee doen?

Heeft iemand in feite al eens onderzoek gevoerd naar het effect van de regering en haar gevoerde politiek op de gemiddelde Belg? Als ik mijn bloeddruk mag geloven, denk ik namelijk dat er een nieuwe stille doder in de maak is. Fuck alle overheidscampagnes die mensen ertoe moeten aanzetten een betere mens te zijn. Begin eens met een deftig, transparant en logisch beleid, het zou miljaar al veel schelen.

I did not dump that bunny.

I swear!

Het begon zondagavond. Ik reed met de auto naar mijn looptrack, as a sporty one does, en zag op de parking van de -in de naam van de anonimiteit- Bralmoersen een zwart konijntje zitten. “Vreemd”, dacht ik, “zo een zwart stilzittend konijntje op een betonnen parking. Ik ga dat eens van dichterbij bekijken.”

Toen ik naderde, zag ik het al van ver. Opgezwollen dichtgeplakte ogen en een vervormde kop; het begint met myxo en eindigt met matose. Het is myxomatose. “Sjjjjja, hier kunt ge toch niet echt veel meer aan doen, peis ik. Probeer het te vergeten, ga gaan lopen en we zullen dan wel nog zien.”, suste ik mijn innerlijke kind. Zo gezegd, zo gediggidaan. Ik liep, maar bleef maar denken aan het konijn. Fluffy deformed bunny. In z’n uppie. Het kwam dan ook niet als een verrassing toen ik 2 seconden later paardenbloemblaadjes aan het plukken was om te zien of het knijn zou toehappen.

AND IT DID.

Het knabbelde zo smakelijk en deels bezeten aan die stengels, en de lucht begon zo onheilspellend donker te worden dat ik besloot dat ik het keun niet zomaar kon achterlaten. Blind, hongerig en helemaal alleen in de regen. Dat was toch veel te triestig, zeker? Morgen was het pinkstermaandag, maar ik ging toch eens bellen naar die dierenarts die gelieerd is aan het vogelopvangcentrum van Merelbeke. Zij heeft voor mij al eens gratis een merel uit haar lijden verlost en misschien kon ze deze bunny wel redden of op zijn minst zijn piip op een rustige manier uitdoven.

Die nacht bracht het knijn dus door in een kartonnen doos in mijn boilerroom, op een bedje van stro en paardenbloemblaadjes bij de vleet. En ik maar bleiten bij mijn lief: “Ik wil gewoon, dat als het sterft, dat het niet alleen sterft, maar voelt dat er zorg voor hem of haar gedragen wordt.” Hij moet soms wat verdragen, die huisgenoot van mij, ik geef dat toe. Maar hij heeft toch maar schoon een wortel gedicet, bless him.

Schermafbeelding 2015-05-26 om 21.58.02

Anyhoo, de ochtend kwam en alsof het kerstdag was, ging ik naar de kartonnen doos kijken. Knijntje weg en vreemdsoortige kaka op plaatsen waar kaka niet hoorde. Ik vond het konijn en zag de vlooien krioelen over zijn hoofd. “Dat is eigenlijk toch wel vies, zo een ziek konijn.”, dacht ik. Straks sterft het hier en vinden de vlooien nieuwe gastheren in mijn katten. Dat kan toch ook niet zijn?”

Ik belde naar de dierenarts en kwam terecht bij die van wacht. Hij vroeg om morgen nog eens terug te bellen, maar morgen moet ik werken en mijn lief wil Donnie Darko niet naar de dierenarts brengen. Dus ik telefoneren naar de parkbeheerder van de Bralmoersen. Volgens hun website gaan die diervriendelijk om met residentiële konijnen met myxomatose. Nen harten klowp owp de kowp waarschijnlijk. Hij nam echter niet op, dus kwam ik uiteindelijk tot de conclusie dat mij slechts 1 optie meer restte. Bunny terug uitzetten in een groen stukje van de Bralmoersen waar hij…

A) myxomatose overwon en talloze immune baby’s zou maken.
B) zou gevonden worden door een parkbeheerder en deze wereld dra zou verlaten.
C) nog even zou doorleven alvorens hij aan de ziekte ten onder ging.

Even later zat ik in mijn auto op de parking van de Bralmoersen met een wiebelende kartonnen doos op de passagierszetel. WAAROM IS ER ZOVEEL VOLK IN DE BRALMOERSEN OP EEN PINKSTERMAANDAG!? Hoe kan ik dit in hemelsnaam ongezien afhandelen?

“Doe alsof ge dit hoort te doen. Alsof het supernormaal is dat ge een kartonnen doos in het midden van een stuk bos zet en wandel weg aan een tempo alsof ge niets te verbergen hebt.”

Ik keek dus schichtig om mij heen, stond wat te dralen aan een stukje bos, dropte de doos en stormde aan topsnelheid terug naar mijn auto. Eens binnen checkte ik de plaats delict en zag 2 mensen bukken aan mijn kartonnen doos en vervolgens heel kwaad mijn richting uit kijken.

Ik hoor het hen zo zeggen: “Kunde da nui geloven? Die kwamt daar geweun haar ziek konijn afzet’n, vent! Sommigte mensch’n kenn’ écht geen schaamte!”

I DIDN NOT DUMP THAT BUNNY. IT WAS THERE ALL ALONG! IK HEB HET GEWOON ERGENS GEZET WAAR HET BLINDELINGS NOG WAT ETEN KON VINDEN.

‘t Is ook de laatste keer geweest, ze maat. (maar waarschijnlijk ook niet)

Miracle on simberlylonias street.

Luupe.

 

Ik kan lopen! Lopen! Es un milagro! En ik ben ervoor niet eens naar Lourdes moeten gaan bidden. Ik heb gewoon een drietal weken geleden gedacht: “Tiens. Misschien moet ik eens gaan lopen.”, en een halfuur later was het zover: met een geïmproviseerde outfit, Puma-schoenen van elks 5 kilo aan mijn voeten en Start To Run in mijn oren stond ik op de track van de Bralmeersen. Ben ik niet geweldig? Jahaa.

Het was volledig ondoordacht, maar dat ‘niet peinzen, maar doen!’-principe blijkt warempel te werken.

Zo heb ik vandaag maar liefst 5 minuten aan één stuk kunnen lopen zonder dat er achteraf enige defibrillering aan te pas moest komen. Dat mag u misschien weinig beroeren, maar ik wil toch even schetsen dat ik zelden tot nooit sportief uit het hoekje gekomen ben. Een eindje wandelen met de hond en af en toe een verloren zwembeurt buiten beschouwing gelaten, heb ik nooit de goesting gehad om mijn hartslag de hoogte te laten ingaan. Want sporten is voor losers! En daar zijn al zoveel mensen van doodgevallen dat dat mij zeker ook gaat overkomen! En ik wil niet doodvallen met een legging aan. En dan moet de politie naar mijn ouders bellen met het bericht dat ze mij bezweet op een piste hebben teruggevonden.
– “Geweun duudgevallen, mevrouw.” En mijn moeder maar bleiten, zeker!? Neeneen. Niet met deze meid.

Ik heb dus eerst een cardiologisch testje laten doen en blijkt dat de kans dat mijn hart al sportend rare dingen gaat doen of net helemaal niks meer, redelijk klein is. MOCHT IK NU ALSNOG DOODVALLEN, MAG MIJN FAMILIE BIJ DEZE SERIEUS KLACHT INDIENEN.

Ik heb vandaag 5 minuten aan een stuk gelopen. Voor de eerste keer in mijn leven waarschijnlijk. Hoera.

(Tijdens het lopen moet ik trouwens vaak denken aan Evelien. Ik weet niet goed waarom, want ik heb ze nu niet bepaald persoonlijk gekend, maar leid af uit haar posts dat ze graag genoot van de kleine dingen. Dat ze dat nu niet meer kan doen, breekt mijn hart af en toe, op de meest vreemde momenten. 30 jaar, mensen, ik ben er nog altijd niet goed van. Soit, die kleine momenten plukken, die doe ik graag met een extra effort voor haar. Niet peinzen, maar doen. Ik zal het misschien maar 4 weken meer volhouden, maar al damme hed en, emme hed.)

King Joffrey leeft en hij bouwt appartementen in Deinze.

Ik woon in Deinze. Ik ga daar geen groot geheim van maken. Ik heb altijd al gewoond in Deinze (of toch een deelgemeente van) en ik ben hier eigenlijk wel graag. De meeste Deinzenaars van mijn leeftijd weken een aantal jaren geleden uit naar Gent, maar sommigen keren terug, dus het moet zijn dat het hier allemaal zo slecht nog niet is. Behalve de karpers in de vijvers van de Brielmeersen. Die zijn verschrikkelijk. Ze zijn zo groot en spartelen zo hard, alsof ze elk moment gaan transformeren in iets groters dat mijn hart uit mijn ribbenkast wil rukken en opeten. Ik overdrijf niet.

Daarnaast loopt het verkeer hier ook niet altijd bepaald vlot, maar wat mij wat wonen in Deinze betreft echt tot in mijn onschuldig kinderzieltje raakt, is de belachelijke boom van appartementsgebouwen. Ik bedoel, oooosjeblief zeg. Van zodra er op de Markt of in de Tolpoortstraat een bordje met ‘te koop’ aan een rolluik wordt gehangen, kan je er prat op gaan dat er binnen de kortste keren een geel A3’tje met daarop de woordencombo ‘sloop’ ‘meergezinswoning’ en 9 kansen op 10 ‘hier bouwt Deinze, onze thuis’ terug te vinden is.

‘Deinze, onze thuis’, zeg. Wat naamkeuze betreft, heb ik zelden een beter voorbeeld van ironie gehoord. Want ‘t is waar, niets maakt Deinze werkelijk méér een stad uit de duizend als een woekerende wildgroei van appartementen en consequente afbraak van authentieke huizen. En gezellig dat dat is. Maar man toch!

Ik kijk intussen al een tijdje met lede ogen (zoek de gemeente) toe hoe statige herenhuizen met de grond worden gelijk gemaakt en toen ik gisteren dit gepresenteerd kreeg:

Schermafbeelding 2014-03-15 om 08.38.04

dacht ik bij mezelf: “Allez, hoe is dat nu toch mogelijk? Hoe is het mogelijk dat het karakter van een stad zo makkelijk moet wijken voor winstbejag?” Er wordt geld gepompt in het pimpen van de Markt, er wordt actief gestreefd naar het creeëren van mooie plekjes, maar tegelijkertijd wordt alle bebouwing en daarmee alle geschiedenis vervangen door betonnen eenheidsworst. The worst kind of sausage!

Ik klink waarschijnlijk als een verschrikkelijke idealist, om maar niet te zeggen een overemotioneel wicht, maar het feit dat ziel en authenticiteit zomaar de duimen moet leggen voor dikke kluiten, doet mij echt pijn.

Ik werd deze ochtend om halfzeven (! – op een zaterdag) wakker met in mij een groeiend gevoel van pissigheid en machteloosheid en ik steek het op mensen die mijns inziens bepaalde waarden te hoog in het vaandel dragen en daardoor de balans iets te veel naar de foute kant doen overhellen. Het is allemaal iets te veel King Joffrey in Game Of Thrones naar mijn goesting.

joffjoffjoffjoff

Just look at that smug face!

Soit, gaat er daar eens iets aan gedaan worden of hoe zit het?

Volgende keer: kindjes in Afrika en hoe komt het toch dat die zo arm zijn en de rest zo rijk!? ALLEZ ZEG!

Wat ik soms mis…

Elke zondagmiddag ga ik eten bij mijn ouders. Sommigen kunnen dat onvolwassen vinden, maar ik vind dat geestig. Mijn broer doet namelijk hetzelfde en ik vind het leuk om nog eens met z’n allen samen te zijn zonder dat we echt hebben afgesproken. Afspreken houdt andere verwachtingen in: er moet gepraat en liefst ook gelachen worden. Als ik zondag geen zin heb om mijn mond open te doen, gaat niemand van mening zijn dat ik toch beter mijn best zou kunnen doen om een optimale sfeer te creeëren. Ik denk dat ik het een beetje zie als een re-enactment van hoe het vroeger was.

Ik kan me trouwens begod niet meer voorstellen hoe wij ooit met z’n vijven (ik heb ook nog een zus) dag in, dag uit hebben samengeleefd zonder malkander met een hoofdkussen te versmachten of op z’n minst de neiging te voelen tot. De afstandsbediening afgeven. De badkamer delen! Nergens een plek waar je écht alleen kan zijn. Ieehr! Nu ik alleen woon, lijkt dat echt 7 levens geleden.

Maar soms mis ik dingen. Ik mis achtergrondgeluiden. Mijn moeder die aardappelen aan het schillen is. Mijn vader die met zijn schraper de duivenkoten aan het kuisen is. The hustle and bustle, zeg maar. Met achtergrondgeluid is alles gezelliger. Ik lees bijvoorbeeld liever in gezelschap dat zich niks van mij aantrekt dan helemaal alleen. I wonder why. Omdat ik het altijd gewoon ben geweest, zeker?

Daarnet verliet ik mijn ouderlijke huis toen er volk arriveerde. Ze kwamen taart eten en er werd gepraat en gelachen. Ik wou niet bepaald actief deelnemen aan het gesprek, maar tegelijkertijd wou ik ook niet écht weg. Eigenlijk wilde ik het liefst blijven zitten en mij in de zetel installeren met een boek. Net als vroeger.

Soms mis ik het wel eens om gewoon een kind te zijn en niets te moeten moeten. Dat de beslissingen voor u genomen worden en ge geen fouten van groot belang kunt maken. Ik zou niet terugwillen. Maar soms voelt eraan terugdenken zo veilig dat ik efkes twijfel.