Koerke weltevree.

Voor zij die het nog niet zouden weten; ik moet het in mijn crib doen met een klein koerke. Zo eentje van 2 meter op vijf, volledig bedekt met deprimerende betontegels. Komende van een huis waar ik uitkeek op de magnifieke fauna en flora van een Leiearm, is dat wel even aanpassen, maar “Niet met mij!”, dacht ik. “Ik zal groen hebben! EN IK ZAL OOK DIEREN HEBBEN OP MIJN KOER!”

Ik weet nog dat ik op een bepaald moment haast uitzinnig werd toen ik een kleine slak zich over mijn tegels zag voortslepen. Tegelijk één van de grootste diepte- én hoogtepunten uit mijn dertigjarig bestaan. Ik heb er toen zelfs een foto van genomen.

Schermafbeelding 2013-12-09 om 12.23.32
Yes, I remember it well.. :'(

Soit. Dit jaar kon je mij dus geen groter plezier doen dan mij laten ronddolen in plekken waar ze klimrekjes, kamperfoelie, paarse regen, stoute jongens, bloembakken en putzgrund verkopen. Waar ik vroeger een high kreeg van kleren kopen, overviel me nu een geval van rust telkens ik een serre binnenwandelde.

“OMG. Bloemen die naar vanille ruiken! Mijn leven is compleet!” (nemesia white shell btw, dee-lish De mijne zijn overigens nòg aan het bloeien.)

Ik dwaalde. Overduidelijk. Want nu pas is de cirkel rond. Nu ik een fantastisch insectenhotel

996989_10152052835826826_1089595308_n

en dito vogelvoederhuis

1488166_10152052837791826_1543729472_n

aan mijn buitenmuren heb hangen. Nu kan ik vredig sterven, wetende dat ik voortaan ook fauna op gepaste wijze kan ontvangen.

(not really though, coz I want to live, know what I’m sayin’, dawg?!)

To pee.

Ik reed daarnet naar huis en ik dacht: “Zou het Engelse ‘to pee’ eigenlijk komen van ‘penis’? En zoja, waarom gebruiken meisjes het werkwoord dan wanneer ze de drang voelen te gaan?”

En toen zocht ik het op en blijkt dat ‘to pee’ gewoon afgeleid is van ‘to piss’, zijnde een woord met beginletter ‘p’.

Ik had er toch gelijk iets meer van verwacht.

Jullie ongetwijfeld ook van deze post, maar het ding is dat als ik wacht met posten tot ik nog eens een lang bericht kan schrijven, er alweer 3 maanden verstreken zijn. En ik heb dus wel voor mijn url betaald, hé gasten!

‘t God dus over skriv’n.

Een aantal weken geleden kreeg ik een stoksje doorgespeeld van Michel. Ik heb Michel eigenlijk nog nooit gezien (denk ik), maar in mijn ogen is hij een soort van omniwizard, ik moet dat eerlijk toegeven. Hij werkt, maakt eten, heeft kinderen én hobby’s, en soms praat hij over dingen waar ik echt geen hol van snap of waar de gemiddelde mens zich na zijn dagtaak niet direct mee zou bezighouden. Ik was dan ook bijzonder gevleid toen bleek dat hij mijn schrijven soms bewondert. BEWONDERT. Haha! That’s crazy.

Soit. Mijns inziens is de tijd intussen rijp geworden om eens iets met die stok te doen. (Het valt me moeilijk om de ‘that’s what she said!’ hier achterwege te laten.)

Hoe ben je er achter gekomen dat je schrijftalent bezit?

Ik denk niet dat ik ooit van mezelf zal zeggen dat ik schrijftalent heb, dus op die vraag is het moeilijk antwoorden. Mààr aangezien het mijn blog is en ik uitgebreid over mezelf en mijn levensbeschouwingen mag praten, ga ik daar eens over nadenken.

OK. Ik ben klaar.

Als ik denk aan schrijftalent, dan denk ik aan auteurs die ganse verhalen kunnen uitspinnen en hun insteek minstens 80 bladzijden lang kunnen volhouden. Ik kan nog van mening veranderen (ik doe dat gemiddeld zo’n 68 keer per dag, dus de kans zit erin), maar ik geloof niet dat het in mij zit om een boek te schrijven. Ik ben iemand van de korte, doch krachtige lancering. Langetermijnzaken die echt doorzettingsvermogen en grondige planning eisen, zijn eigenlijk niks voor mij (dahaag, werkgevers). Ik wil snel resultaat, dus leve de blog!

Ik vind het wél helemaal de max wanneer ik erin slaag een zin met een perfecte kadans te maken. Hier een woord weg, daar een woord bij. Als het ritme helemaal goed zit, kan ik dat verschrikkelijk mooi vinden.

Ik denk trouwens dat ik mijn eerste bewuste compliment op schrijfvlak gekregen heb van meneer De Coninck, onze leraar Nederlands in het 3de of 4de middelbaar. Ik had een opstel neergepend over een avontuur in de buurt van een rivier (ik had waarschijnlijk sjust Deliverance gezien) en ik kreeg daar machtig goeie punten voor. Naar ik vermoed stond zelfs het woord “Prachtig!” op mijn blad geschreven. Dat moet ongeveer de eerste keer geweest zijn dat iemand ouder zei dat ik iets goed kon/talent had. Yes, my life, it is full of sorrow.

Als je schrijversinspiratie een stad zou zijn, welke was het dan? En waarom?

Keine Ahnung. Ik ben geen globetrotter. Ik vind steden op zich eigenlijk ook niet zo interessant. Ik heb het meer voor het verleden en mensen en verhalen.

Zal ik deze vraag anders even vervangen door: “Zit het schrijven in de familie?”

En meteen vermelden dat mijn nicht in het lager ooit eens een heel tof verhaal geschreven heeft, genaamd ‘Kookpannen In Promotie’. Ik was ZO jaloers toen. Mijn moeder zal het ook niet snel toegeven en ze heeft ook nog nooit iets concreets geschreven, maar soms merk ik in haar smsjes dat er iets sluimert. Het kan ook zijn dat mijn pa al jaren een ware poëet is, maar daar heb ik vooralsnog weinig van gemerkt.

Wat heb je nodig om goed te kunnen schrijven?

Een computer. Ik schrijf veel minder vlot op papier, heb ik willen merken. Waarschijnlijk omdat het overzicht dan soms mankeert en ik minder snel kan aanpassen, deleten en copy/pasten. Eigenlijk blijk ik wel nogal ongeduldig te zijn op dat vlak, zeg!

Oh, en solitude. Als iemand op mijn vingers zit te kijken, hebben mijn teksten veel weg van Nigeriaanse spam. En ik kan ook geen muziek of televisie verdragen als ik schrijf. Te gemakkelijk afgeleid.

Ik ga er even vanuit dat je trots bent op je schrijftalent. Waar blijkt dat uit?

Als iemand zegt dat het schrijven in mij zit of een bepaalde zin leuk gevonden is, dan ga ik gigantisch blinken. Dan probeer ik mijn gezicht zoveel mogelijk in de plooi te houden om niet te laten zien hoe magnifiek ik het wel niet vind dat iemand mijn woorden en gedachtegang apprecieert. Maar dat heb ik in principe over alles dat ik “creëer”.

Als je bevestiging zoekt voor je blogs, waar vind je die dan?

In de comments? :)

Favoriete blogs, om dit stokje aan door te geven? 

Het verbaast mij zeer hard, maar ik denk dat lilith het stoksje nog niet gekregen heeft. En i. ook nog niet, peis ik. En daar ga ik het bij houden. Om eerlijk te zijn, hou ik niet echt veel andere blogs in de gaten.

Mensen die mij schone blogs kunnen aanraden, mogen dat altijd doen. Ik léés namelijk ook zeer graag.

Behalve in het woord ‘tevreden’.

Ik heb zo weinig goesting om nog iets productief te doen als het donker is, zeg. Hebben jullie dadook? Ik zou eigenlijk broccolisoep moeten maken, maar zowel mijn lijf als mijn hoofd willen gewoon in de zetel zitten zodat mijn ogen kunnen staren naar iets. A moving dot would be fine. Ik vind dit helemaal bio-onlogisch, yo.

Ja, ik leef dus nog steeds. Sorry voor mijn volledige terugtrekking. Ik heb dat meestal in september; zo een periode dat ik mijn bladerdek laat hangen en eigenlijk liefst in mijn grot zou willen kruipen en slapen. En tegen niemand praten. En schijndood zijn. Maar ik ben er nu een beetje uit. Meer zelfs! Ik heb een aantal uren geleden module 1 van De Projectweek afgewerkt.

Beetje vreemde situatie wel; mijn werksituatie en De Projectweek enzo. In praktijk schrijf ik namelijk voor De Filistijnen (Jaha! Ik heb gehùppeld toen ik het nieuws hoorde.), maar in theorie is dat zo niet. Het feitelijke aannemen zal pas ergens in februari gebeuren, waardoor ik dus nog steeds mijn weg doorploeg in het land van werkzoekenden. Uiteraard solliciteer ik intussen ook nog voor andere jobs, maar het is nu al sinds juli (denk ik) geleden dat ik nog eens uitgenodigd ben voor een gesprek. Ik heb nochtans niet de gewoonte om mij met mijn A2 diploma voor een topfunctie in de astrofysica te gaan aanbieden, maar om de één of andere reden geraak ik maar niet met mijn voet tussen de deur. In fact, mijn voet bevindt zich nog op 10 meter van de deur en reeds in de verte hoor ik al extra sloten dichtschuiven. Zo is het dus. Moeilijk moeilijk moeilijk!

But one keeps trucking. Uiteindelijk is het allemaal niet zò dramatisch. Behalve wanneer ik aan mijn portemonnee denk. HAHA!

Laat ik deze, laten we toegeven, nogal nonsensicale post, besluiten met een mooie quote die de projectleidster deze voormiddag op ons losliet: “Te is nooit goed, behalve in het woord ‘tevreden’.”

Klasse, wi.

Oh, en ook nog dit:

Worst slogan ever.

Worst slogan ever.

Ik wil later Stevie Nicks worden.

Ik ben veel te goed in Photoshop.Ik herinner me het nog alsof het gisteren was; die keer dat ik naar Fleetwood Mac ben gaan kijken en luisteren in het Sportpaleis. Ik weet ook nog goed dat ik me tijdens de heenrit luidop afvroeg wat mij ooit bezield heeft om meer dan 80 euro neer te tellen voor een groep die ik wel OK vind, maar mijn hart nu ook niet bepaald in vuur en vlam zet. Ik noem dit ‘preconcertueel zaniken’. Vooral eigen aan huismussen die op papier eigenlijk nog steeds werkloos zijn en dus niet bepaald baden in een poel van dollares. (straks meer daarover)

Soit. Eens aangekomen in Antwerpen werden we door mannen met fluo hesjes naar een loods geleid die eruitzag als een voorlopige opslagplaats voor gestolen auto’s die met de boot naar Turkmenistan worden geëxporteerd. Een dikke tien op tien wel voor de parking, want na het optreden bleek onze auto er warempel nog te staan, so no complaints there.

Maar het ging hier dus om Fleetwood Mac, je weet wel, die mannen die allemaal een eind in de zestig zijn en nog steeds zin hebben om op een podium te staan, in plaats van elke avond met een zak chips naar Midsomer Murders kijken. Een goedgevuld Sportpaleis was hun deel en ze trapten hun set af met een paar hits uit Rumours. Eerlijk gezegd kreeg ik er warm noch koud van, maar ik had dat een beetje verwacht. Tijdens een optreden word ik zelden zo geraakt dan wanneer ik helemaal alleen in mijn auto naar muziek luister. In een grote zaal met ik-weet-niet-hoeveel lawijt is de intimiteit ver te zoeken en bovendien ga ik waarschijnlijk ook maar bepaalde muziek opleggen als ik mij in de gepaste mindframe bevind. Wat niet altijd het geval is tijdens een concert. Denk ik. (heb ik nu spontaan het woord ‘mindframe’ gebruikt?)

Wil ik maar zeggen; optredens en ik, dat is maar een matige combinatie.

Behalve bij Fleetwood Mac woensdagavond. Bet you didn’t see that one coming! Ik zeg het u: opeens zette Lindsey Buckingham ‘Never Going Back Again’ in op belachelijk breekbare manier en ik weet niet wat er toen gebeurde, maar ik werd helemaal stil en ik had tranen. Over gans mijn gezicht! Het was gelijk mijn eigen klein Dawson’s Creek-momentje. (Ge kunt dat hier bekijken. In retrospect lijkt het alsof Lindsey licht astmatisch is, maar kijk, het pakt mij nu nog een beetje.)

Ik steek het op het feit dat 4/5 van die mannen op een bepaald punt relationeel aan elkaar gelinkt waren en elkaar nog altijd graag zien, desondanks ze malkander zoveel hartzeer bezorgd hebben. Ge voelt dat precies echt wanneer ze op het podium staan. Dat ganse verleden dat ze met zich meeslepen; ik vind dat echt schoon. Na mijn ‘momentje’ werd ik verder meegesleept, gehypnotiseerd en lichtjes weggeblazen door Lindsey die op zijn 64ste 2 uur en half keihard op zijn gitaar kan staan rammen zonder gealarmeerd naar zijn hart te grijpen.

En Stevie, zeg! Bij momenteen leek ze wel een beetje een crazy catlady in a tophat, maar ik zou kik op respectabele leeftijd ook wel op de Markt van Denize willen rondlopen alsof het Halloween is, en zo kunnen zingen.

Het is jullie intussen wellicht opgevallen dat ik suck in reviews schrijven. Geen nood, ik ga er geen gewoonte van maken. Ik wou gewoon maar zeggen dat ik oprecht van hun passage genoten heb. ‘t Was goed. Veel respect. Merci.

Kleine bedenking:

  • Dat Lindsey Buckingham ondanks zijn permanente duckface en verschrikkelijke voornaam niet keihard doodgepest is tijdens zijn middelbare schooltijd: onvoorstelbaar. Alhoewel, hij zag er indertijd wel smoking hot uit, vint!

LBuckRTB02-1

  • Ghello to you Lindsey, and your afro.

Minpunt van de avond:

  • De slow clapper achter me die na elk nummer applaudisseerde alsof hij het eigenlijk absolute bagger vond en dat op zo’n krachtige manier deed, dat ik geloof dat mijn haar telkens lichtjes naar voor waaide op het ritme van one mississippi – two mississippi.

Schaamtelijke openbaringen.

Den Izzer.

Ik weet niet precies wat het is, maar de laatste drie maanden lijk ik het ene ‘maar gauw zeg!’-moment aan het andere te rijgen. OK, dat is misschien een beetje overdreven, maar ik heb de afgelopen maanden minstens 4 keer heel verbaasd gevraagd: “Wiste gij dadde!?” en vervolgens als antwoord gekregen: “Hoe kan iemand dit niét weten?

Een beetje schaamtelijk dus, maar pas op zo’n momenten voel je dat je lééft! Toch?

Een overzicht:

  • Deze voormiddag liep ik in de GB en zag ik bifi-worsten hangen. “Ja, en tons?” Opeens bedacht ik mij dat bifi eigenlijk van beefy komt. Allez vint! Een paar jaar eerder ervoer ik een gelijksoortig moment toen ik ‘Sunkist’ aan ‘Sunkissed’ linkte. Koude rillingen.
  • Mijn lief en ik passeren een Q8. “Ge weet toch vanwaar dat dat komt, Q8?”, vraagt hij. Banink. “Van Kuwait.” Als in de regio waarin er al eens vaker olie gewonnen wordt. Ik lieg niet als ik zeg dat er ergens in mijn bewustzijn een lamp aanging en mijn levenslicht voortaan net iets helderder scheen.
  • Q-music. Q-music is Q-music, dacht ik altijd. Q-music is een zender met veel jingles en lawijtjes. Maar dan opeens: “Q-music. Cue music.” Oh my God, shit is deep!
  • Eveneens werd ik gewezen op het feit dat Isère eigenlijk de Ijzer is, maar dan in het Frans. Ik heb ‘Isère’ al ontelbare keren ingevuld in een kruiswoordraadsel, maar ik heb dat nooit eerder aan de Ijzer gelinkt. Nu wel uiteraard.

Ge moet mij niet komen vertellen dat ik de enige ben die soms voelt alsof ze zopas de deur van de vijfde dimensie heeft ontsloten. Deel hier uw aha-erlebnissen voor een betere wereld!

Over hoe ik een boodschap overbreng.

Ik mocht gisteren terug op sollicitatiegesprek! Het zou trouwens wel eens mijn laatste kunnen geweest zijn, wegens uitzicht op een waanzinnig wijze job, maar ik deel toch graag enkele vragen die de vijfkoppige jury op mij heeft afgevuurd. Kwestie dat jullie weten hoe HARD EN ONWENNIG HET LEVEN VAN EEN WERKLOZE KAN ZIJN! Een bijzonder onevenwichtige situatie trouwens, zo vijf tegen één. In principe zou je evenveel vrienden moeten mogen meenemen, vind ik, als bijkomende versterking bij het tackelen van moeilijke vragen of counteren van lastige opmerkingen. Het is een idee om mee te spelen.

“Simberly Lonia, niet punctueel mevrouw? (stilte) Wat ìs tijd eigenlijk? Bestààt tijd wel?” *vriend 1 staart enigmatisch uit het raam*

Shit would make me look good!

Soit.

Vraag één:

-Jurylid: “Hoe breng jij een boodschap over, Simberly?”

-S: (heeft eigenlijk geen idee waarover ze het heeft. Hoe breng je een boodschap over? Door hem te uiten, zeker? Wat is kunst? Aaargh.) Eurh. Hoe?

-J: Op welke wijze?

-S: (zoekt krampachtig naar een manier om deze vraag in haar voordeel om te buigen) Ik denk zo oprecht en vriendelijk mogelijk.

J: En een slechte boodschap?

S: Op dezelfde manier, zo oprecht en vriendelijk mogelijk? (aarzelt) Welja, ‘t is ook te zien hoe slecht de boodschap is natuurlijk.

J: Hm. Nu spreek je jezelf wel tegen.

S: (is haast even verward als de kijkers van Lost) Welja, als ik iemand moet gaan vertellen dat iemand onder een vrachtwagen is beland..

Wat kan ik zeggen? Vreemde vragen gunnen mij te veel vrijheid in mijn hoofd. Uiteindelijk vroeg ze op welke manier ik iemand zou vertellen dat ik een fout gemaakt heb op het werk. Denk aan de rare momenten die we met z’n allen zouden hebben vermeden, mochten we met die vraag begonnen zijn, denk ik dan.

Vraag twee:

J: “Heb jij ervaring met doelstellingen, Simberly Lonia?”

S: (Heb ik ervaring met doelstellingen? Zit niet elke werkdag vol met doelstellingen?) ..

J: Ja?

S: (denkt na) Tijdens mijn job bij een productiehuis moest ik soms wekelijks 6 scripts schrijven. (Dat was wel een doelstelling, vermoed ik. Is dat wat ze wil horen?)

J: Mh-hm. En hoe begin je aan zoiets?

S: Hoe begin je aan zoiets? Je deadline in de gaten houden en er gewoon aan beginnen, zeker? (zenuwachtig lachje)

J: Je moet de vraag niet aan mij stellen, Simberly.

Voél je de awkwardness? Ben ik erin geslaagd volledig over te brengen met wat voor slecht gevoel ik die ruimte verlaten heb? :)

Toen ik uiteindelijk mijn auto bereikte, werd ik trouwens getrakteerd op een dikke blauwe streep op mijn carrosserie. Een slechtziende met ofwel een lege portemonnee of very bad ethics is met zijn auto tegen de mijne geschuurd en dacht dat ik dat precies niet zo erg zou vinden. Ik vind het ook niet zo erg, maar toch. Gauw. Ik zou het toffer gevonden hebben mocht hij of zij er niét zijn tegen gereden bijvoorbeeld.

Maar goed, na gisteren op professioneel vlak zowat 1000 doden te zijn gestorven, heb ik vandaag dus heel erg goed nieuws gekregen. Edoch uitweiden doe ik pas als alles in kannen in kruiken is. Voor’t zekerste.

Hier is intussen een foto van een spitsmuis die vandaag mijn baan kruiste en na verder onderzoek haar achterpootjes niet meer bleek te gebruiken. Ik heb ze dan maar in het gras gezet. Mijn magische oplossing voor alles. Laten we met z’n allen samen hopen dat ze na het ergste geval van pins and needles ooit, terug 100% mobiel is. Ik zie het namelijk niet zitten die slechte boodschap over te brengen bij haar naasten, weetjewel.

“Mindy may never.. walk again.”

Spits!

Ben ik nu een socialist?

Ik ben nooit heel erg into politics geweest. Ik weet daar bitter weinig van en als ik moet stemmen, ben ik geneigd om automatisch een vakje van de groenen aan te vinken. Omdat ik hou van de natuur en dieren, en dat ik denk dat zij wel van diezelfde strekking zijn. Ik kan het niet helpen, en het is waarschijnlijk een verschrikkelijke schande om zo vrijblijvend met mijn stem om te gaan, maar in mijn wereld zijn er belangrijker dingen. ‘s Ochtends in alle vroegte ninjaslakken spotten bijvoorbeeld. Dat is eerlijk, dat is puur en dat is wijzer dan naar De Zevende Dag kijken of het politieke steekspel te volgen. Just look at it! Ze staat recht! HAHAHA!

Schermafbeelding 2013-09-19 om 12.17.18
Soit.

Een aantal maanden geleden heb ik gesolliciteerd voor een functie bij een universiteit en na een gesprek met een strenge mevrouw van een selectiebureau kreeg ik njetski op het rekesti. Ik was vrij eerlijk in mijn antwoorden, maar op een sympathieke manier dacht ik, en niet op een ‘had ik dat eigenlijk niet beter voor mezelf gehouden?’-manier. Wil ik maar zeggen; ik ben niet opeens beginnen uitweiden over mijn stoelgang toen ze naar mijn negatieve kanten vroeg. Bijvoorbeeld.

Enfin, ik heb zonet wat feedback teruggekregen en er kwamen een paar dingen ter sprake die best gegrond waren. Dat ik meer van het creatieve type ben en dat dat niet meteen rijmt met het solliciteren voor een puur administratieve job. Niet dat ik totaal ongeïnteresseerd uit de hoek kom, maar ook niet KEIHARD! GEMOTIVEERD! lijk om net dié job binnen te halen. Granted, ik wil eigenlijk gewoon graag wat geld verdienen met een job waarvan ik vermoed dat ik er best wat voldoening uit zou kunnen halen, maar ik krijg niet per sé een natte broek van het updaten van een database. Als we dan toch eerlijk zijn.

Maar wat me ietwat tegen de borst stuitte, was het feit dat ze vindt dat ik wel vlot en spontaan overkom, maar dat dat niet altijd werkt bij bepaalde instanties. Dat ze vermoedt dat ik niet kan aanvoelen hoe onderscheid te maken in het communiceren met mensen van verschillende soorten slag. En ik vind dat echt een heel vreemd dinges.

Ik ben eigenlijk sowieso niet die persoon die met iedereen een gezellig klapke gaat doen en in de kortste keren weet hoe de kinders heten and where one goes to vacation. Ik ben degene die de kat uit de boom kijkt, maar dat neigt helaas nogal slecht te werken bij sollicitatiegesprekken.

“Heb JIJ eigenlijk ervaring in microsoft office?”

Maar haar uitspraak gaf mij vooral een beetje een vies gevoel. Dat ge zogezegd normaal moogt praten met een poetsvrouw, maar ge iemand met een titel opeens met ‘U’ moet aanspreken. Ik wil graag iedereen met hetzelfde respect behandelen, maar het zit ook helemaal niet in mij om een karakterloos individu te worden telkens iemand van een ‘hogere klasse’ zich in mijn buurt bevindt. Is dat niet allemaal een beetje achterhaald ook? We zijn toch allemaal gewoon maar mensen? Maken we niet allemaal dezélfde stoelgang?

Ik weet niet goed waar dit allemaal vandaan komt, want ik ben vrij zeker dat ik in mijn kindertijd nooit gebruskeerd ben door een lord of een schepen, maar mijn vader kan ook soms heel hard fulmineren tegen bepaalde reacties van de ‘hogere machten’. Must be genetic. Ofwel heb ik indertijd te veel naar Daens gekeken. ERBARMELIJKE OMSTANDIGHEDEN DAAR! DIE RIJKE SMEERLAPPEN!

Dingen die ik wel en niet wil doen.

Laten we beginnen met het feit dat mijn vrienden van de VDAB mij intussen doorverwezen hebben naar een interimbureau, alwaar ik trajectbegeleiding zal ontvangen en dit omdat ik intussen 6 maanden werkloos ben. Voor iemand er meent aan te twijfelen: ik ben wel degelijk op zoek naar werk en ik ga wel degelijk gaan solliciteren. Ben ik defensief? BEN IK HET?

Ik zal mijn situatie even verder uitdiepen, kwestie van aan te tonen dat ik geen paria ben die LEEEEEFT! OP DE RUUUUG! VAN DE BELASTINGBETALER! (want dat is wel een beetje het gevoel dat na een paar maanden willens nillens de kop opsteekt) Ik zit dus sinds maart zonder werkgever, maar de eerste maanden had ik nog een odd jobje, dus ben ik pas rond eind juni serieus beginnen solliciteren voor iets vast. Menigmaal kreeg ik antwoord dat het verlof werd ingezet en ik dus ergens begin augustus meer zou horen. Ik ben nog steeds voor een paar dingen in de running, maar ik ben ook al een paar keer ferm afgewezen. En geloof het of niet, maar dan durft ge wel eens twijfelen aan uw mojo. Ik was vroeger zo goed in jobs krijgen, zie je.

Enfin, gisteren kreeg ik te horen dat ik voor een bepaalde job wel een geschikte kandidate ben, maar één iemand met net iets meer kwalificaties de job voor mijn neus heeft weggegrist. Ik vervloek die mens niet en ook mijn hart is niet aan het bloeden geslagen (de job leek tof, maar bevond zich niet helemaal in de rayon ‘droomjobs’), maar omwille van gelijksoortige redenen word ik door de overheid als een havik in de gaten gehouden om te zien of ik wel mijn best doe in gans dat jobhuntinggedoe.

Wat ik uiteraard begrijp. Ik krijg tenslotte geld om te solliciteren en daarom vind ik trajectbegeleiding helemaal geen slecht initiatief, maar toen mijn begeleidster me een document onder de neus schoof waarin stond dat ik verplicht ben een projectweek te volgen, begon mijn ego geweldig hard te protesteren. Tijdens een projectweek is het namelijk de bedoeling dat je in groep leert solliciteren. En dat doet inwendig zo’n zeer! I CRINGE! I LAMENT! Ik kan de rolspelen nu al rieken. Ik kan wel begrijpen dat mijn begeleidster best kickt op een mooi afgerond dossier, maar na een anderhalf uur durend gesprek had ik wel gedacht dat ze zou merken dat ik best wel uit mijn woorden kan geraken en ook weet dat ik niet al sjiekend ‘yo gèst’ moet roepen om mijn interviewer te groeten.

“Na afloop van de projectweek waren er wel een paar mensen die zeiden dat ze er nu eens nìks aan gehad hebben, maar dat was sowieso al volk van een moeilijke slag.”

Alsjeblief. Dat is veur ip je taloore.

Dus er is dat. En er is ook de clausule. De clausule waarin staat dat, eens ik werk gevonden heb, de trajectbegeleidster een bezoek op de werkvloer zal brengen om te zien of ik het er wel goed van af breng. Dat vind ik dan weer ronduit neerbuigend. Ik heb het al jaren op mijn eentje gered, dus het lijkt me onwaarschijnlijk dat ik opeens en masse perforators ga beginnen ontvreemden en tijdens de kantooruren wat doobies ga smoren.

Soit. Dit kan allemaal als heel onsamenhangend en pretentieus gewauwel lijken, maar ik wenste gewoon dat iemand ‘ja’ zou zeggen en dit liefst voor 7 oktober, zijnde de start van projectweek.

Oh, en ik wil allerlei andere dingen wél doen, dus ik ben kik zo geen vieze nog niet, ze. Alleen misschien een beetje te trots om op bepaalde vlakken ‘begeleid’ te worden.

No diggity, no dimes (II)

De Indiana Joanna in mij had dit verhaal graag vervolgd met de woorden: “De gevonden munt was echter NIKS vergeleken met de Heilige Graal die ik de dag erna vond op de grond van mijn meetje!” Maar eilaas, zo gigantisch spectaculair was mijn andere vondst niet.

Mijn moeder was wel mee. Ze had in de voormiddag een beetje gedronken (ik mag dat zeggen, want ze leest dat hier toch niet) en was bijgevolg snel te overtuigen om voor mij op de uitkijk te staan terwijl ik aan het graven sloeg. Ik had namelijk geen toelating om het betreffend stuk grond te betreden, laat staan erin te delven. En ja, daarbij heb ik één van de regels van het metaaldetecteren schaamteloos aan mijn laars gelapt. Ik ben er niet bepaald trots op, maar er was niemand in de buurt en ik dacht dat ze mij de toegang gingen weigeren enal. Desperate times call for desperate measures. Dus met mijn moeder op de uitkijk, begon ik aan de exploratie. Veel gepiep, maar enkel bij de hoge tonen stak ik mijn spade in de grond. No time voor dilly-dallying!

Op een bepaalde plaats was het signaal sterk. Maar echt belachelijk sterk. Na een kwartier graven (een lastige opdracht voor iemand die graag SNEL! en VEEL! resultaat wil) vond ik..

WAIT FOR IT!

.. een verroeste spade. Jawel. Mocht Alanis Morrissette mee geweest zijn, ze zou er terstond een liedje over geschreven hebben. Enigszins teleurgesteld haalde ik de spade uit de put en ging nog eens met mijn machine over de put en tot mijn verbazing zat er blijkbaar nòg iets in de grond. Dit meerbepaald:

flaming bomba-“Kijk ma!”

– (weinig enthousiast) “Nen knop.”

– “Met nen pot sanserveria’s op precies!”

In haar ogen las ik de boodschap: “Kunnen we dan nu terug naar huis gaan?” en ook ik zat zo goed als door mijn voorraad adrenaline heen, edus werd terug huiswaarts getrokken. We dachten beiden dat de knoop gewoon een knoop was, maar mijn moeder wou hem toch eens schoonmaken. Just for kicks. En opeens verscheen op de achterkant de inscriptie: “A M & Cie.”

Now this is where the story gets interesting. Eén google-raadpleging later kwam ik te weten dat AM & Cie een Frans bedrijf was dat op volle toeren draaide tijdens de eerste wereldoorlog en haar soldaten voorzag van de nodige insignes. Deze knoop werd gedragen door leden van de Franse infanterie en wat ik zag als een pot sanserveria’s was in feite een vlammende granaat. De term ‘awesome sauce’ dekt naar mijn mening de lading hier slechts halvelings. Of ben ik gewoon een HEEL! ENTHOUSIAST! PERSOON! wat betreft oude dingen uit de grond halen?

Ik kan het niet laten, maar al die geschiedenis, en al die mensen en plaatsen met hun verhalen; iek kieck daaroep. En het feit dat er ooit zulken soldaten en Romeinen rondgelopen hebben op plaatsen waar ik soms flaneer, ik vind dat geweldig. En gij?